Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Koos Bekooij miste de juiste stimulans en was te naïef

Rurh gold artikelbanner
Brasserie VIS artikelbanner

Hij werd wel eens de beste voetballer genoemd die Leiden rijk was in de vorige eeuw. Anderen vonden hem in elk geval de beste speler van LFC. Weer anderen zagen in Koos Bekooij het beste dat Lugdunum ooit op het veld had staan. Zelf vindt hij het overtrokken, maar in elk geval  praat de midden vijftiger met veel plezier over een kleurrijke tijd uit het Leidse voetbal.
Maandagmiddag, Leiden Zuid-West. De interviewer wordt verwelkomd door twee vriendelijke viervoeters. Nadat het duo wat gekalmeerd is bij het zien van een op het oog diervriendelijke ‘klant’ , is er opnieuw een warm welkom. Eerst van Koos en vervolgens van zoon Tommy. Er volgt een korte intro en we blikken met zijn drieën even terug op het bizarre voetbalweekend op Neerlands hoogste niveau. Daarna is het ook geen moment meer stil. De antwoorden rollen er uit en twee uur later is de laatste vraag voorzien van een antwoord.

Tijdens de ontspannen sessie komt Koos vrouw Corina binnen met de boodschappen. Zij wil zich vooral niet bemoeien met het gesprek, maar al snel wordt duidelijk dat de vrouw des huizes het vrijwel elke dag moet ‘ontgelden’. Koos licht toe: ,,Tja, voetbal vormt hier de hoofdschotel. Als onze zonen, Tommy komt uit in de hoofdmacht van UVS en Mike speelt in de B1 van de blauwwitten, hebben gespeeld wordt er altijd nagekeuveld. En we kijken hier veel wedstrijden op tv. De eredivisie, de Champions League en allerlei praatprogramma’s over voetbal.” Koos zijn vrouw haakt even in. ,,Ja, en we hebben er nu ook Sport 1 bij. Dus dan weet je het wel.”

Gebukt gaat de enige vrouw in huis er overigens ogenschijnlijk niet onder. ,,Wij stellen regelmatig voor om boven tv te gaan kijken, zodat zij andere programma’s kan zien. Dat vindt ze echter niet gezellig en dus kijken we dan meestal met zijn allen. We zijn ook weer niet zo verdwaasd dat we VVV- De Graafschap opzetten of Lazio tegen Sienna of zo.”
Pa en de oudste zoon zitten op de bank en Koos zijn zoon luistert aandachtig naar de verhalen uit het verleden. Tommy zal ze vast niet voor het eerst horen, maar er valt zoveel te vertellen dat er altijd wel weer wat nieuws opduikt.

Amstel radler artikelbanner
Knijnenburg artikelbanner
Brasserie buitenhuis
Johlex bouw artikelbanner

Hoe zag jouw voetballeven er in chronologische volgorde uit, Koos?
oude helen Tommy Bekooij,,Ik heb mijn gehele jeugd doorgebracht bij LFC. Dat was vanaf mijn zesde tot mijn twintigste. Vanaf mijn achttiende mocht ik in het eerste spelen. Twee jaar later ben ik overgestapt naar Lugdunum. Eigenlijk ben ik door een buurjongen in de Prinses Wilhelminastraat terecht gekomen bij LFC. Daar heb ik heel lang met dezelfde jongens gespeeld. Ik noem bijvoorbeeld Hans van Eijgen, Chris Gubler, Teun Hoek en Theo van Seggelen. Deze lichting zorgde eigenlijk voor een move binnen de vereniging. De oudere garde verdween en wij namen het over. Leo de Jong was de laatste der Mohikanen. We promoveerden in die tijd naar de eerste klasse. In 1975 ben ik naar Lugdunum gegaan. Dat kwam omdat er ook andere jongens vertrokken. Bij Lugdunum kende ik al mannen als Leo Wetselaar, Wim Eradus en Andre Pracht. Zij haalden me over en gek genoeg liet LFC mij eigenlijk ongehinderd vertrekken. Na twee mooie jaren ben ik weer teruggegaan naar LFC (seizoen ‘76/77). Piet Gubler en Cockie van Weerlee kwamen er toen ook bij en John Verschoor zat al aan de Boshuizerkade. Het was overigens de enige keer dat mij geld werd aangeboden en dat heb ik toen aangepakt. Dat was in de tijd van Cor Sip. LFC was weggezakt, maar met een voor die tijd geweldig elftal werden we fluitend kampioen en wonnen we weer terrein terug. Rob Groenendijk, Aad Neuteboom, Bles Zuma en Henk Spies zaten onder meer in dat elftal. Ik herinner me trouwens nog een wedstrijd tegen HVV, waarin ik de winnende maakte. Ik stak het hele veld over en prikte raak. De lachsalvo van Zuma zal ik niet gauw vergeten. Die vond het zo’n geweldig moment. Na afloop zei hij tegen mij “Cruyff is de beste, daarna kom jij”.

Hoe zag en zie jij jouw kwaliteiten zelf in alle objectiviteit?
,,Ik was een aardige voetballer. En misschien had ik met de juiste stimulans hogerop kunnen komen. Anderzijds besef ik ook dat ik zelf te koppig en naïef was en daarvoor is het grote avontuur uitgebleven. Wel kan ik kritisch zijn op wat ik tegenwoordig zie. Zo’n Bergkamp op de bank bij Ajax moet toch tranen in zijn ogen krijgen? Vaak is het niveau ronduit belabberd. Wat dat betreft was het beter in de tijd van Cruyff en Van Hanegem, maar ik weet ook weer niet of het vroeger allemaal beter was ( Bekooij juniors lach zegt voldoende). Ik ben van mening dat als je enigszins talent hebt en je wilt daadwerkelijk wat bereiken dat er dan mogelijkheden zijn. Die moet je dan ook pakken. Dat zeg ik hier thuis ook. Stimuleren. Als het niet lukt, kan je altijd weer terug naar het niveau waar je vandaan kwam.”

Wanneer is het voor jou spaak gelopen?
In 1977 kreeg ik onenigheid bij LFC. Kees de Roode van LDWS werd toen gehaald als trainer. Ik wist dat andere spelers geld kregen, maar ik kreeg niks. Dat was in het laatste jaar van Sip. Na een paar wedstrijden gaf ik er de brui aan en ben ik nog wat maanden in het tweede gaan spelen. Dat was een verloren seizoen. Voor de tweede keer maakte ik de overstap naar Lugdunum. Ruud de Groot zat er destijds. Daar zijn we nog kampioen geworden en uitgegroeid tot eersteklasser. In 1980, tijdens een zaalvoetbaltoernooi, kreeg ik heel veel last van de achter-en onderkant van mijn hiel. Sinds die tijd is het nooit meer beter geworden. Er werd van alles geprobeerd. Een spuit met cortisonen zorgde voor een tijdelijke opleving, maar de klachten kwamen terug. Uiteindelijk bleek het hielspoor te zijn. Ik heb toen nog even onder Wim Eilander gespeeld, maar na een tijdje ben ik gestopt omdat ik wist dat het niet meer goed zou komen. Nog even heb ik op een lager niveau gespeeld, maar ballen tegen laten we zeggen MMO 4 had ik gauw gezien. Op mijn 28ste ben ik gestopt. Zeven jaar later kwam onze eerste zoon en toen rolde het voetbal weer door. Even ben ik nog leider en trainer geweest. Maar dat was niets voor mij. Ik kon me dan veel teveel ergeren aan de spelertjes en was dubbel kritisch op mijn eigen spruit.”

Ook in de zaal maakte je nogal eens indruk. Hoe zag dat pad eruit?
,,Vanaf mijn 22ste speelde ik met een vriendenclubje voor Nico Reijneveld. Later speelde ik voor het Koos Sjardijn team op het hoogste niveau van Nederland. We hebben daarin de titel op een punt gemist. Een team van VI werd toen eerste. Dat was een team met onder meer Verschoor, Zuma en Ger Nagtegeller. Door mijn blessure kwam er ook een einde aan het zaalvoetbal.”

Kan je andere goede voetballers noemen uit die tijd?
,,Daar waren er zat van op zich. Ik was persoonlijk gecharmeerd van Bennie de Roo. Een enorm onderschatte voetballer. Haalde altijd een zeven. Doelpuntenmakers en afgevers vallen meer op, maar jongens als De Roo waren toen en nu minimaal zo belangrijk. Ik kon goed presteren op een viermansmiddenveld als er ook twee lopers c.q. sjouwers rondliepen. Ik was geen speler die alsmaar achter zijn vent aanliep. Wat dat betreft waren Jan Verver en Andre Pracht goud waard. Je kunt  pas excelleren als je een goed team om je heen hebt.  In het elftal bij Lugdunum waren dat dus onder meer De Roo, Tedje van Berkel, Oppelaar, Rinus van Es, Sjardijn, Leo Wetselaar, Pracht, op doel Wim Eradus en later Verver.”

Je speelde maar voor twee clubs. Noem eens wat trainers uit die tijd die met jou hebben gewerkt.
,,Melbi Raboen, Ruud de Groot, Wil Eilander, Huub Lenz, Jan Neuteboom en zo zijn er nog een paar. Raboen had heel veel in mijn ogen. Hij kon saamhorigheid kweken. Hij bracht je zover dat je het gevoel kreeg om er alles aan te doen om alleen al voor hem te winnen. De Groot vond ik organisatorisch goed, maar in tactisch opzicht minder. Huub Lenz vond, ik was toen 21, dat ik naar het betaalde voetbal moest. Het is er dus niet van gekomen.”

Bij welke club(s) had je kunnen uitkomen? Welke contacten zijn er geweest?
,,Als begin twintiger ben ik gebeld door Feyenoord. Ze vroegen of ik eens mee kon trainen. Zo gezegd, zo gedaan. Ik meen me te herinneren dat Wim Rijsbergen er toen ook zat. Het was aan het einde van het seizoen en de velden waren keihard. Ik had kloven onder mijn voeten en kon dus niet optimaal functioneren. Op een zeker moment ben ik uitgenodigd voor een oefenwedstrijdje tegen een hoofdklasser. Naast die kloven had ik nog een andere blessure dus ik heb moeten afbellen. Een vrouwtje nam de telefoon op en zou doorgeven dat ik niet mee kon doen vanwege die mankementen. Ik zou er meer van horen. Maar ik moet nu nog worden gebeld. Nu moet ik zeggen dat ik er zelf ook niets meer mee heb gedaan. Ik was daar radicaal in. Zo van ‘ach, dan niet’. Kort daarop heeft Telstar mij benaderd, toen nog een eredivisionist. De schoonvader van Leen de Goeij ging toen met me mee naar Schoonenberg. Nog steeds had ik last van die kloven, maar ik wilde best laten zien wat ik in huis had. Ik scoorde twee keer in een wedstrijd en had best aardige acties in huis. Onder de douche kreeg ik de complimenten van de andere spelers, een naam die ik me herinner is die van Kees Kuut. Er zou voor mij wel een contract klaarliggen. Van wat bestuursleden en de trainer kreeg ik teruggekoppeld dat ze me redelijk vonden spelen. Ik had enkel te weinig diepgang. Ik heb toen nog eens aangegeven dat ik last had van kloven en dat ik dus niet best kon lopen. Ik zou een week later terug moeten komen voor een behandeling en dan zouden ze het verder wel bekijken met mij. Nou, ik was er al klaar mee. Een week later stond de schoonpa van Leen voor mijn deur. “We gaan naar Telstar”. Zijn poging om mij mee te krijgen was dus kansloos, want ik wilde daar geen stap meer zetten. En dus is betaald voetbal er niet meer van gekomen.”

Je had het eerder over ‘stimulans’ van jou naar je zonen. Hoe was dat vroeger voor jou?
,,Je moet het beste uit jezelf halen, maar het kan een stimulans zijn als je familie je steunt of een club je hogerop wil helpen. Op het thuisfront heb ik die steun niet echt gekregen en de clubs gaven aan dat ik beter kon blijven. Zo van “joh, 1 op de 100 wordt er uiteindelijk uitgeplukt bij zo’n profclub, je kunt beter bij ons blijven spelen.” Ik zit daar nu heel anders in. Als onze jongens hogerop kunnen, moeten ze dat doen. Haal er uit wat er in zit.”

Had je jouw zonen niet liever bij een andere club gezien?
,,Nee hoor. Als ze daar blijven vind ik het best en als ik mee moet ‘verhuizen’ dan doe ik dat ook. Voor mij was het destijds ondenkbaar om voor UVS te spelen. Het was LFC of Lugdunum. Toen waren spelers veel honkvaster. Spelers van UVS kwamen ook niet over naar LFC of Lugdunum. De tijden zijn wat dat betreft gewoon veranderd.”
Desgevraagd baant Bekooij zich een weg naar boven om wat plakboeken te halen. Met gepaste trots en een vleugje weemoed wijst hij even later naar de elftalfoto’s. Tal van items werden over Bekooij geschreven. De krantenknipsels over zijn voetballeven, zowel op het veld als in de zaal, zijn een weinig vergeeld. Maar de naam Bekooij werd regelmatig met grote koppen aangehaald in de kranten. Koos: ,,Enkel jammer dat het vrijwel altijd Bekooy werd in plaats van Bekooij. Op een zeker moment heb ik het maar gelaten om het aan te geven.”

Voor het slot. Heb je nog wat leuke anekdotes in petto?
,,Melbi Raboen lag nog eens met een gescheurde achillespees in een Haags ziekenhuis. Dat was ook in de tijd van Cor Sip. Hij vroeg mij om een bezoek te brengen aan de trainer en dat vond ik best. We gingen erheen in zo’n oude Corvette. Op de Rijksstraatweg werden we aangehouden door de politie. Ik vond het maar niks en vroeg me af wat er aan de hand was. De vraag was of ze de auto mochten doorzoeken. Uiteindelijk vonden ze achterin twee samarai zwaarden. Ik wist niet wat me overkwam. Die werden dus in beslag genomen, maar we mochten onze weg vervolgen. Eenmaal in het ziekenhuis bij Melbi kregen we van hem de opstelling voor die zondag. Die speelt daar, die moeten jullie daar neerzetten enzovoorts. Cor knipoogde herhaaldelijk naar mij. Melbi bleef aan het woord en ik had onderweg al de instructie meegekregen vooral mijn mond te houden. Na een halfuur zat het bezoek erop en wisten we precies hoe Melbi wilde gaan spelen. Op de gang maakte Cor er een prop van en gooide de opstelling in de prullenbak. “Joh, dat regelen we zelf wel zondag. We winnen toch wel”, hield Sip mij voor.

,,Een ander verhaal is uit de periode De Groot bij Lugdunum. Ik mocht de penalty’s nemen. In de eerste wedstrijden kregen we er vier. Die gingen er allemaal in, dus niets aan de hand. Word ik een keer gebeld door De Groot of ik bij hem langs kon komen op een doordeweekse avond. Waarom dan? Dat zou ik wel horen. Afijn, ik naar De Groot toe. Vraagt hij mij die avond hoe ik het zou vinden als Frans (Sjardijn, red.) voortaan de strafschoppen zou gaan nemen. Ik stond perplex en was sprakeloos. De uitleg was dat Frans niet zo goed in zijn vel stak en dat hij wel een opsteker kon gebruiken. Ik heb het toen maar zo gelaten, maar eigenlijk was het wel een luizenstreek. Zij waren vrienden en daarom werd ik van de pingel afgehaald. Later zou ik dat zeker niet hebben gepikt, maar het geeft ook maar aan dat ik in die tijd te naïef was. Misschien heb ik het daarom niet gered. Maar ach de lol die ik van en door het voetbal heb gehad, is er nooit minder om geworden.”
Tegen het einde van de middag komt ook Mike binnen. Een gezin in een notendop, doorspekt van voetbal.

De familie Bekooij wordt bedankt voor de gastvrijheid. De interviewer voor de getoonde interesse. Een weekje met Europees voetbal en een weekendje op de velden dient zich weer aan voor de voetballiefhebbers pur sang.

Brasserie meelfabriek
Koetshuis de burcht artikelbanner

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het privacy beleid Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk te bieden. Als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. In ons privacy beleid staat exact wat met de gegevens gebeurt.

Sluiten