Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Column: Grasallergie

Mooi artikelbanner
Drankenhandelleiden artikelbanner

column167x60Ik ga het niet hebben over hooikoorts, ik ga het hebben over fanatisme, prestatiedrang, het niet tegen je verlies kunnen waar mensen door in de problemen komen of in ieder geval gedrag gaan laten zien waarna ze zichzelf niet meer in de spiegel durven aanschouwen.

 

Scheffer sportprijzen artikel
Sepa green artikelbanner
Voorthuijzen artikelbanner
Knijnenburg artikelbanner

Groen gras en autoriteit doet iets met mensen, ik heb lang gedacht dat het met de geur te maken had. Gras ruikt namelijk heel apart, maar tegenwoordig ruikt gras bijna nooit meer naar gras maar naar rubber. Je weet wel van die korrels die je, al heb je laarzen aan tot je oksels, alsnog naast je bed vindt als je je ’s avonds uitkleedt om weer eens onder de douche te stappen.

 

En scheidsrechters ruiken al lang niet meer naar zweet, die komen aan in een driedelig pak met een KNVB logo en met zo’n handig koffertje op wieltjes, waaruit ze met alle gemak arbitertenues toveren in alle kleuren van de regenboog. Heel veel mensen zijn leuk, aardig, lief en altijd even attent totdat ze binnen witte lijnen op een groen veld staan, dan gebeurt er iets met ze. Er gaat een knop om en soms zie je gedragingen die je buiten die lijnen en dat groene veld nog nooit hebt gadegeslagen. Het maakt niet uit op welk niveau je speelt of kijkt.

 

 Ik weet uit ervaring dat het niet eens te maken hoeft te hebben met het wedstrijdelement, niet met leeftijd en niet met geslacht. Ik train op woensdagavond met mijn voetbalvriendinnen, variërend in leeftijd tussen de 40-58 jaar, regelmatig door tot een uur of half elf, in plaats van tot 10 uur daar er een fanatiekeling bij is, die ook tijdens de trainingen MOET scoren, omdat ze anders de slaap niet kan vatten.

 

Ouders kunnen er ook wat van, kinderen hebben het vaak drukker met het luisteren naar alle goed bedoelde aanwijzingen van pa of ma in plaats van zich goed te kunnen ontwikkelen in de leukste sport die er is. Zo had ik ooit een vader die tijdens de Champions League wedstrijden die we voor de jongste Meerburg-jeugd op poten hadden gezet, zo tekeer ging tegen zijn zoon dat ik hem op gesprek liet komen. Hij keek me verontwaardigd aan en zei: ‘ik maak zelf wel uit wat ik roep en wat ik doe, ik hoef niet naar een blonde hittepetit als jij te luisteren, daarnaast is het mijn zoon en leven we in een vrij land’.

 

Ik vroeg hem zijn zoon een kans te geven en een maand weg te blijven, zijn moeder kwam immers ook graag kijken. Hij was boos, wilde alles en iedereen erbij halen maar accepteerde het en na een maand betrad hij weer  schoorvoetend het Meerburg terrein. Na de wedstrijden zocht ik hem op, vader keek naar de grond, ik tikte hem op zijn schouder en vroeg: ‘Gertjan, hoe speelde je kanjer vandaag?’. Hij keek op, de tranen rolden over zijn gezicht, hij stamelde: ‘jij bent de eerste vrouw die mij aan het huilen heeft gekregen’. Zijn zoon had een maand de tijd gehad zichzelf te ontwikkelen zonder ineen te moeten duiken voor de kritiek van zijn vader, voor de luid toegeschreeuwde, goedbedoelde adviezen, het kind liet een enorme progressie zien en vader, zelf een goed voetballer en zeker kenner, was blij verrast en trots.

 

Dan hebben we nog de trainers. Trainers doen het ook nooit goed, als de stoelen naast de dug-out het moeten ontgelden zijn ze asociaal, als het stil is in en rondom de dug-out zijn ze té bleu, tsja. Ik kom weleens een leukerd tegen, zo’n leuke kale sportieveling, waar je opeens nieuwsgierig van wordt, zo ook bij Haagse Hout uit een paar jaar geleden. Hij was voorzitter en voor de wedstrijd gaf hij me net een iets langere hand, zo één die je aandacht even vasthoudt, weet-je-wel?

 

Het veld lag er allerbelabberdst bij en wij, Meerburg, waren in bloedvorm. De arbiter had moeite, twijfelachtig in zijn beslissingen, het spel ging er over en weer stevig aan toe. Zij hadden een ruige, robuuste, eveneens kale, speler die tijdens een actie een gapende hoofdwond opliep, wij hadden materiaal voor een tulband, zij niet dus onze verzorger snelde tegemoet. Vlak voor de rust was er een opstootje in hun 16 en de enige Marokkaan verloor hierbij zijn, hoogstwaarschijnlijk, gouden tand. De scheids kreeg alles over zich heen, tot aan de leuke voorzitter aan toe. Ben schreeuwde naar me: ‘San, ik weet dat het jouw taak niet is maar bescherm die scheidsrechter!’. Ik rende het veld in, bleef naast de goede man lopen terwijl hij aan alle kanten onder vuur lag en begeleidde hem naar zijn kleedkamer, daar aangekomen wilde de leuke kale voorzitter hem te lijf gaan.Ik zei rustig: ‘kom op nou, we moeten nog een helft en jij weet toch ook dat je anders tegen 12 in plaats van 11 man speelt’. Hij droop af…..de voorzitter.

 

Na een prima 2e helft zonder al teveel poespas liep ik de bestuurskamer in, de leuke kale voorzitter vroeg me even met hem mee te lopen. Hij keek me aan en zei op zijn beste Haags: ‘ik dacht als ze thuis bij ons nog leider van dat zooitjuh is, vraag ik haar nummer voor een etentjuh’. Ik keek hem aan en zei: ‘alleen als jij een restaurant kan vinden waar ze géén groene vloer met witte lijnen hebben.’

Gerard Bol artikel
Slingerland artikelbanner