Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Column : ,,Ze liggen eruit”

Duke of Oz artikel
Brasserie Park

header columnNee, een optimist kon je hem met de beste wil der wereld niet noemen. Altijd bereid om de zwarte kant des levens te zien was hij niet makkelijk in de omgang. Ook bij zijn geliefde club kon men hem zelden iets positiefs horen zeggen. ,,Ze liggen d’r uit”, was zijn standaard opmerking. Dat begon al tijdens de voorbereiding. Afkeurend mompelend nam hij de lijst van vertrekkende en komende spelers door van zijn favoriete club.

,,Nou, dat wordt niks dit seizoen. Vechten tegen degradatie, meer zit er niet in.” Hoopvolle resultaten tijdens de oefencampagne konden de oude baas niet vermurwen en het leek wel of hij elke nederlaag in de competitie met instemming begroette. Zijn mening werd zo nog eens bevestigd. ,,Met dit zootje wordt het helemaal niks. Waarom ga ik eigenlijk nog?” zei hij tegen iedereen die wilde luisteren (dat waren er in de loop der jaren steeds minder geworden.)  En gaan deed hij, week in, week uit. Zon of striemende regen, bittere kou of behaaglijke voorjaarswarmte: hij zat daar samen met zijn maat op de tribune van de Leidse voetbalvereniging.

Mopperend en klagend over het vertoonde spel, de tegenstander en de scheidsrechter zat hij de wedstrijd uit. Zijn makker zei weinig tot niets. Of hij het met de oude baas eens was is mij nog steeds onduidelijk. Hij reageerde simpelweg niet. Dat werd ook niet van hem verwacht, zijn rol was duidelijk: hij moest het geklaag aanhoren: niet meer, niet minder. In een wijde boog om hen heen waren geen andere supporters te vinden. Ze kenden het duo en hadden geen behoefte de analyse van de zuurpruim aan te horen. Het ,,Ze liggen d’r uit” had men té vaak gehoord. Bovendien sprak de man nog wel eens met consumptie en je beging maar een maal de fout om een bank voor hem te gaan zitten.

Knijnenburg artikelbanner
Stadsbrouwhuis Leiden artikel
Sport2000 artikelbanner
Geco artikelbanner

Bijna veertig jaar bezocht hij de thuiswedstijden van zijn vereniging. Zelden miste hij een wedstrijd. Zijn vrouw trachtte hem al lang niet meer tegen te houden als hij mokkend op zijn fiets stapte richting voetbalveld, blij met een paar uur alleen zijn. Zo tegen de tijd dat de aardappels geschild waren en de bloemkool van het groen ontdaan was kwam hij weer thuis. Foeterend, dat spreekt voor zich. Zijn vrouw haastte zich naar de keuken en hield zich stil. Een doodenkele keer kwam hij wat later dan gewoonlijk en zwijgend binnen. Zijn vrouw schatte dat in als een uitstekend humeur. ,,Wat hebben ze gedaan?” waagde ze het te vragen. ,,Gewonnen, kampioen en promotie. Maar waarom? Ze liggen er volgend jaar toch weer gelijk uit.”

Veertig jaar trouwe bezoeker, veertig jaar gemopper, gemok, gefoeter en geklaag. Zou hij wel van de club of zelfs van voetbal gehouden hebben? Ik kan het hem niet meer vragen. Hij is overleden. Zijn maat kwam niet op de begrafenis en is ook nooit meer gezien bij de club. Op de tribune blijven de plekken leeg waar de oude zwartkijker en zijn kameraad zaten. Eens wilde en jong stel er plaats nemen. ,,Die plaatsen zijn bezet”, waarschuwde men. Het koppel aarzelde en ging elders zitten. Ze zagen hoe de club kansloos het degradatieduel verloor.

Herman Hanepen

OWN artikelbanner
Brasserie meelfabriek

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het privacy beleid Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk te bieden. Als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. In ons privacy beleid staat exact wat met de gegevens gebeurt.

Sluiten