Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Ton Stokkel: hoe een voetbalcarrière in de knop knakte

Met een onderbreking van één jaar – een uitstapje naar DoCoS – speelde Ton Stokkel (77) van zijn 12e tot zijn 24ste voor Roodenburg. Een talent was hij, snel, kopsterk en stevig in de attack. Aan een veelbelovende loopbaan op de groene mat kwam echter een voortijdig einde. De ‘geëmigreerde’ Leidenaar woont sinds negen jaar in Leiderdorp. Helemaal naar de zin van hem en zijn vrouw Elly. Uitzicht op veel groen en de Dwarswatering. Elk seizoen heeft zijn eigen schoonheid. Desondanks blijft de sleutelstad trekken als een magneet, daar liggen zijn roots immers. Ton Stokkel, een bekende naam in de voetballerij en andere sporten. Zijn geblokte neef Siem Stokkel presteerde als gewichtheffer en werd in 2000 tijdens een Gala op het Stadhuis van Leiden met andere grote namen uitgeroepen tot Sporter van de Eeuw. Natuurlijk ambieerde Ton ook een dergelijke uitverkiezing. De kwaliteiten had hij er voor, alleen werd hem de mogelijkheid niet gegund om ze jaar na jaar te etaleren.

Ton Stokkel, alweer een fijn mens om mee te babbelen in onze rubriek Oude Clubhelden

Ton Stokkel, alweer een fijn mens om mee te babbelen in onze rubriek Oude Clubhelden

DoCoS

De voetballoopbaan van Ton eindigde op 24 jarige leeftijd. Toen kwam de grote liefde in zijn leven, zijn Elly, met wie hij nog steeds – heel gelukkig – huis en haard deelt.
Ton vertelt: ,,Om bij Roodenburg te gaan spelen, werd mij aangeraden door vriendjes. Ik doorliep tot mijn 17e/18e jaar de verschillende groepen, met succes en bovenal: met plezier. Wanneer je zo jong bent, denk je niet aan later. Later is dan nog zo ver weg. Toen wij verhuisden naar de Falckstraat kreeg ik heel andere vriendjes, jongens die in DoCoS voetbalden. ‘Joh, je moet bij ons komen’, zeiden ze en wat doe je dan? Precies, blauw met zwart wordt geruild voor rood en wit.”
Hij blijft maar een seizoen bij de club die toen het hoofdveld had aan de Haagweg, tegenover Wijnimport Noordman. Het gezicht van Stokkel gaat glimmen: ,,Ik speelde in het tweede elftal, met jongens als Henny Stuyfzand, Bert Masurel en de veel te vroeg overleden Frans Kerstens. De familie Noordman was een en al DoCoS. Na de wedstrijd gingen wij wijn proeven. Reuze gezellig.”
De reserves werden dat jaar kampioen. Dat smaakte naar meer, zou je zeggen. Niet voor Ton.

Sepa green artikelbanner
Knijnenburg artikelbanner
Geco artikelbanner
Rabobank artikelbanner

Roodenburg

Hij keerde terug naar Roodenburg. De reden? ,,Wedstrijden tegen DOSR, SVLV en SJC, daar vond ik niets aan. De clubs waren niet te min, begrijp me goed, maar dat boerenkoolvoetbal kwam me de strot uit. Bij Roodenburg ging ik spelen tegen VUC en SHS, dat is andere koek. Betere ploegen en we kregen een ontvangst als koningen.”
Terug bij Roodenburg zou hij zijn faam waar moeten gaan maken. Hij werd door trainer Cees Matla stopperspil gezet, vanwege zijn kopkracht. ,,En,” zei de coach uit Voorburg, “je hebt je body mee.”
Stokkel herinnert zich dat trainers zelden bij hun voornaam genoemd werden. Op elftalfoto’s staat dan ook ‘heer’ Matla. Een oefenmeester was toen nog een autoriteit.
Om zijn sprintstart te verbeteren adviseerde Matla om daarop te gaan trainen bij atletiekvereniging De Bataven. Dat deed Stokkel en inderdaad, ook op het voetbalveld kwam hij als een raket uit de startblokken. ,,Tegenstanders dachten dat ze een haas zagen lopen,” lacht Ton, “maar dat was ik. Haha.”

Van Polanen

Wanneer Ton Stokkel ‘zwaar getafeld’ heeft of zich ‘uiterst vermoeid naar bed’ heeft begeven, wil hij nog wel eens heel vervelend dromen van Piet van Polanen, de midvoor van Roodenburg. ,,Vraag mij niet hoe het mogelijk was, maar Piet stond voor mij, met zijn 43 jaar,” bij de uitspraak trekt er een grauwsluier over zijn gezicht. “43 Jaar, kun je dat voorstellen? En ik, piepjong en op vele fronten beter dan die Van Polanen.”
Een prachtig voorval. Hij herinnert het zich als de dag van gisteren: ,,Wij speelden met het eerste tegen Laakkwartier in Den Haag. Ik stond stopperspil en Piet van Polanen was midvoor. Mijn vader, die altijd kwam kijken, zat op de tribune tussen allemaal Hagenaars, die uithaalden naar ‘die oude man in de voorhoede’. ‘Ze moeten die stopper naar voren sturen’, riepen ze. Mijn vader glom van oor tot oor en zei met trots ‘dat is mijn zoon’. Maar gelijk hadden ze wel.”

Elly

De veel te snelle Stokkel werd een geliefd doelwit voor menige opponent. Hij werd van alle kanten belaagd en geschopt. En menigmaal moest hij voortijdig het veld verlaten. Geblesseerd. In die tijd – Ton Stokkel is dan 24 jaar – ontmoet hij de liefde van zijn leven, Elly. Gezellig uitgaan was er zelden bij, Ton zat of lag dikwijls met een dikke knie of een kapotte enkel op de bank. Hij verging van de pijn. De relatie met Elly kwam daardoor onder druk te staan, ‘de jonge meid’ wilde er na een week hard werken ook uit, terecht. Dat werd kiezen tussen Elly en Roodenburg. Een ongelijke strijd. Elly won glansrijk. Terwijl Ton dit verhaal vertelt – het lijkt wel afgesproken werk – zingt Charles Aznavour op de achtergrond She, een prachtig chanson d’amour. ,,De grote meester bezingt zijn grote liefde, de tekst zou zo geschreven kunnen zijn voor Elly. Woord voor woord slaat alles op haar. Mooi, hoor.”

Er komt dus een abrupt einde aan een voetballoopbaan, hij knakte in de knop. Veel spijt heeft Ton niet gehad van zijn besluit. Er is zo veel geweldigs voor in de plaats gekomen.
Hij trouwt met Elly, ze krijgen twee zonen (Wim en Ruud) en een dochter (Linda). Elly en Ton hebben vier kleinkinderen, een rijkdom.
Ton werd – evenals zijn vader – brandweerman. Op zijn 38ste ging hij sukkelen, enkele jaren later werd MS geconstateerd. “MS, dokter?” vroeg hij niet begrijpend, “dat is een Motor Sprint, een van de beste brandweerauto’s.” Fout! MS is een spierziekte. In huis verplaatst Ton zich met een rollator, buiten met een rolstoel, wanneer iemand duwt, of rijdt hij zelf met een elektrische kar, die maximaal vijftien kilometer mag rijden.

Ton Stokkel en Jan Harland: schakende vrienden

Ton Stokkel en Jan Harland: schakende vrienden

Zijn wereld is kleiner geworden, maar is nog groot genoeg voor allerhande uitjes. Zo komt voormalig jeugdscheidsrechter Jan Harland twee maal in de week schaken.
De mannen hebben elkaar dik 25 jaar geleden ontmoet op een schaakclub aan de Hoge Woerd.
Daar was het beregezellig. Jan nam altijd een fles jenever mee en verkocht borreltjes voor 70 cent, eenzelfde ‘bedrag’ vroeg hij voor een biertje. ,,Van dat geld heeft hij een huis gekocht,” grapt Stokkel. Tijdens hun schaakmiddagen drinken zij elk nog maar één borreltje. Jan mag er niet meer hebben, vanwege de jicht in zijn tenen, en Ton houdt het ook daarop vanwege zijn medicijngebruik. Hoe komt het dat Ton ondanks zijn ‘ongemakken’ zo positief is? ,,Dat komt door HEM,” luidt het antwoord, “HEM, met hoofdletters. Hij is mijn houvast.”

Ton en Jan werden aan de Hoge Woerd vrienden voor het leven. Wanneer Harland naar huis gaat, de piepers moeten nog geschild worden, neemt hij afscheid met de woorden: ,,Kijk uit, Cees, hij is een lelijk loeder, maar ik houd veel van hem. Tot vrijdag, ouwe reus.”
Ton Stokkel: ,,Ajax of Feyenoord? Feyenoord, natuurlijk, tenminste als je verstand van voetbal hebt.”
Deze uitspraak wordt met moeite opgetekend…