Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Gerard Desar, Mister UVS, kijkt achterom en blikt vooruit

Desar: een zeldzaam aimable mens..

Desar: een zeldzaam aimable mens..

Het Leidsch Dagblad van zaterdag 8 maart opende de voorpagina in chocoladeletters. UVS NAAR ZATERDAG. Groot nieuws aan de vooravond van de feestelijke viering van het 100-jarig bestaan van de eens zo roemrijke Leidse voetbalclub. De doelstelling om dit eeuwfeest luisterrijk te larderen met een trotse opmars naar hogere klassen,  is op een domper uitgedraaid.

Wanneer de leden van de blauw-witte Kikkerpolderclub tijdens de Algemene Ledenvergadering van 15 april aanstaande instemmen, gaat UVS vanaf het komende seizoen op zaterdagmiddag acteren. ,,Een bij voorbaat verloren exercitie”, menen de Sombermansen, ,,UVS kan financieel niet wedijveren met de rijke duin- en bollenstreekclubs en zal met voetballers van een tweede garnituur  genoegen moeten nemen en met wedstrijdjes in de 3e klasse, maar dan moet er wel gepromoveerd worden.”

,,Een besluit waar visie achter zit”, zeggen de supporters die meegaan met de veranderende tijd. ,,De beslissing om op zaterdagmiddag te gaan voetballen is niet op een achternamiddag genomen, daar is over nagedacht, gepraat, gediscussieerd en er zijn argumenten op een rijtje gezet. Let op: UVS zal op termijn op zaterdag een rol van betekenis spelen.”

Geco artikelbanner
Sepa green artikelbanner
Stadsbrouwhuis Leiden artikel
Voorthuijzen artikelbanner

100 Jaar UVS. Meer dan ooit wordt er vooruit gekeken. Meer dan ooit is er reden om terug te blikken op een belangwekkende periode met tal van hoogtepunten. Met wie is dat het beste te doen? Op die vraag wordt unaniem de naam van Gerard Desar als antwoord gegeven. Hij is met 124 doelpunten topscorer  aller tijden van de club die bij voorkeur  ‘Uit Vriendschap Saâm’ is.

Sociale vereniging

,,Een zondag- en een zaterdagafdeling binnen UVS werkt organisatorisch niet meer”,  vertelt Gerard Desar. Hij wijst op de veelheid aan vrijwilligers die nodig zijn op die dagen . ,,Bovendien”, vervolgt hij,  ,,de maatschappij verandert. Je ziet dat de zaterdag de dag voor sportieve activiteiten is geworden en de zondag voor andere vormen van recreatie.” Dan wijst de in 1944 in Roosendaal (NB) geboren goalgetter op het feit dat al rond 1970 dit onderwerp uitgebreid op de agenda heeft gestaan. En Desar kan het weten, hij was toen vicevoorzitter en Nienhuis de preses. ,,Een klein verschil was tegen en alles bleef bij het oude.”

De positivo’s die komend seizoen op zaterdag fluitend naar de Kikkerpolder komen, hadden veel liever gezien dat deze beslissing van de eeuweling vier jaar geleden al was genomen. ,,Dan hadden wij er nu heel anders voorgestaan. Maar á la, beter nu dan nog later of nooit.”

Een andere belangrijke reden om nu een stapje terug te doen zijn de financiën. ,,In tegenstelling tot clubs als Katwijk, Rijnsburgse Boys en Quick Boys zijn eerste elftalspelers van een stadsclub als UVS niet meer te betalen. Dit is een slechte tijd. Sponsors haken af of moeten hun toezeggingen  naar beneden bijstellen. Dus, zeg ik,  maak er een sociale vereniging van met aandacht voor G-voetbal, vrouwenvoetbal en een goede jeugdopleiding. Intussen werken aan financieel vet op de botten.”

Op kamers

UVS_100_Jaar_logo RBCRSC Alliance, RBC en UVS. In zijn voetballoopbaan heeft Gerard Desar de kleuren van drie clubs gedragen. Met plezier en enthousiasme.  Nauwelijks vijftien jaar en het talent van de Roosendaalse St. Josephstraat nummer 81 werd opgesteld in de hoofdmacht van Alliance, een club van de rooms-katholieke parochie.  Zijn talenten op de groene mat bleven niet onopgemerkt. Het ‘grote’ RBC was geïnteresseerd, dus toog Gerard aan de hand van zijn vader naar Roosendaal Boys Combinatie, waar hij in de betaalde jeugd werd opgenomen. Hij zou er drie jaar onder contract staan.

,,In het eerste jaar voor 1200 gulden, in het tweede jaar voor 1500 en in het derde jaar voor 2000 gulden”, herinnert Gerard zich. Per maand? Hij moet er uitbundig om lachen. ,,Nee, joh, per jaar, en ik kon er nog van komen ook.”

Desar studeerde Scheikunde in Leiden, woonde op kamers aan de Anna van Buurenhof, de Haarlemmerstraat 192a (boven een schoenenwinkel), Oude Singel en de Vondellaan. Trouwde met zijn jeugdliefde Marja, betrok een flat aan de Frans Halslaan in Oegstgeest en verhuisde later naar de Van Beuningenlaan, in Leiden. Nu, anno 2014 kijken Marja en Gerard vanuit hun riante appartement, met garage onder het  complex, uit op de Frans Halslaan. Daarmee is wat het wonen betreft de cirkel rond.

,,Ik reisde drie maal in de week naar Roosendaal om te trainen”, vervolgt hij zijn verhaal. ,,Reisgeld hoefde ik niet te betalen, ik had een maandkaart van RBC. Leiden Roosendaal was twee uur treinen. In feite geen doen. Het had wel als voordeel dat ik een uur te vroeg op de training kwam en privé-training kreeg.”

In die tijd studeerde een clubvriend aan de Instrumentmakersschool in Leiden, Thomas van Wijk, een oomzegger van Piet Kantebeen. Hij was ook in de kost bij de UVS-trainer.Op voorspraak van Thomas mocht Gerard af en toe meetrainen bij UVS.

Prima opgevangen

,,De stad, UVS en spelers waren dus niet helemaal nieuw voor mij toen ik met het tweede elftal van RBC moest aantreden in de Kikkerpolder. Ik was onder de indruk van de accommodatie in de Kikkerpolder. Op dat moment nam ik het besluit om mij definitief te vestigen in Leiden en mij helemaal te storten op mijn studie Scheikunde en op mijn hobby voetballen.”

In die tijd, 1965, probeerde keurslager Verhoog van de Doezastraat, die later een drukbeklante snackbar aan de Steenstraat uitbaatte, de Brabander  over te halen voor ASC te gaan spelen. Desar deed dat niet: ,,Het niveau van ASC haalde het niet bij dat van UVS.”

Ook de profclub SHS was even in beeld. ,,Daar was de befaamde Dennis Neville de trainer. De deal ketste af op het transferbedrag, RBC wilde rond de 50.000 gulden vangen. Dat vond schroothandelaar Kroesemeijer, die SHS flinke financiële injecties gaf, te gortig.”

Het werd dus UVS, waar Gerard Desar – zegt hij – ‘prima werd opgevangen’ door mannen als  Sjoerd Teske, Peter Witteman, doelman Herman Vermeer, Bart Lardé, Aad Koren en Mat Kantebeen, om een paar kanjers uit die tijd te noemen.

Hij kwam vanuit RBC binnen en werd geafficheerd als oud-profvoetballer. Bij UVS trof Gerard Piet Kantebeen als trainer. De eerste wedstrijd in het tenue van UVS was tegen DCG, dat een jaar daarvoor kampioen was geworden. Het werd een droomdebuut: UVS won met 4-0, Desar nam de helft van de productie voor zijn rekening. Tastte UVS in de geldbuidel voor de studerende voetballer? ,,Dat kende penningmeester Koos Ouwerkerk niet, je mocht al blij zijn als je een paar consumptiebonnen kreeg.”

Geweldig

Het woord ‘geweldig’ schiet alle kanten op. Desar kwam in een ‘geweldige’ ploeg, bij een ‘geweldige’ club die thuiswedstrijden speelde in een ‘geweldige’ ambiance, met een ‘geweldige’ aanhang. Dat er ook een ‘geweldig’ systeem werd gespeeld, is duidelijk. In het jaar dat Desar de clubkleuren van UVS ging dragen, 1965, en Jan Leget over kwam van Lugdunum, was er sprake van een leegloop bij UVS. Mannen als Wim van der Linden, Koos (‘Jack’) van der Voorn (de latere commentator van AVRO’s Sportpanorama) en Herbert Zuma zochten hun heil elders. Het klikte tussen Kantebeen en de veelvuldig scorende spits die Desar bleek te zijn. ,,Piet Kantebeen hamerde op techniek. Voor hem was techniek de basis van waaruit hij werkte en spelers beter maakte. Hij was een rustige man, heel beheerst, met veel aandacht voor de lichamelijke en geestelijke aspecten van zijn pupillen. Een totaal andere trainer dan die mannen die zich nu langs de lijn lopen op te winden. Ook anders dan Van Gaal, die onlangs in De Volkskrant zei dat hij zijn spelers afwisselend prikkelt en provoceert en dan weer uiterst empatisch benadert. Kantebeen was geen man die rijkelijk met complimenten strooide. Wanneer een persmuskiet vroeg wie de man van de wedstrijd bij UVS was geweest, noemde hij bij voorbeeld Gerard Desar, die was die dag toevallig jarig.

Desar: gezegend met een ongekende sprongkracht

Desar: gezegend met een ongekende sprongkracht

Bart Lardé, een troef in de hoofdmacht,  voortgekomen uit de UVS-opleiding, praat in superlatieven over de sprongkracht van Gerard Desar: ,,Ik heb nooit meer iemand zo hoog zien springen als Gerard, de goals vlogen er bij bosjes in.” Ook mag de altijd goedgehumeurde Lardé, momenteel gewaardeerd lid van een Shanty koor, graag  ‘tikkie opzij’ ophalen, de strafschop ‘in tweeën’: ,,Toen Cruijff een fiks aantal jaren geleden een strafschop in tweeën nam (met Jesper Olsen, red.), dacht men dat het heel bijzonder was. Maar wij hadden dat allang een keer gedaan bij Gouda. Wij stonden met 4-0 voor en het was vlak voor tijd. Desar nam hem. Als ik die doelman nog zie, helemaal geconcentreerd op die lijn, helemaal voorover gebogen. Gerard geeft een tikkie opzij naar mij en de keeper komt overeind, zo van: ‘Wat krijgen we nou?’ en toen lag de bal in de goal. Brullen natuurlijk. De scheidsrechter keurde ‘m af wegens te vroeg inkomen.”

Gerard Desar mag graag van een ‘gouden lichting’ spreken, de groep na de periode dat UVS  zich in het profavontuur stortte: ,,Wij speelden in het Nederlands Amateur Elftal met een handvol UVS-spelers.”  Moeiteloos noemt hij de namen van Jan Leget, Aad Koren, Leo Holl, Sjoerd Teske, Henny Plezier en zichzelf.   In een wedstrijd tegen Saarland op het Unitas-terrein in Gorinchem  werden alle doelpunten door de Leidenaars gescoord. Zijn oranje shirt met nummer 10 is naar kleinzoon Joost gegaan.

Hoofdtrainer

De spelwijze die Kantebeen voorstond , aanvallend en volgens het 4-2-4-concept, sprak Gerard Desar zeer aan. Dat is vaak bij voorbaat aantrekkelijk voetbal om te spelen en om naar te kijken. Dat geldt ook voor 4-3-3. De laatste wedstrijd als UVS-er speelde Desar in mei 1975 thuis tegen Zilvermeeuwen. Toen scoorde hij zijn 124ste doelpunt.  Vervolgens werd hij van de een op de andere dag hoofdtrainer. Dat zat zo: trainer Wally van Schooten die goed had gepresteerd kreeg te kampen met lichamelijke ongemakken, hij moest zijn werk in de Kikkerpolder vroegtijdig opgeven. Het bestuur had topschutter Gerard Desar achter de hand. In het boek  ‘UVS 1914 – 1989’ laat Desar optekenen: ,,In plaats van jeugdtrainer te blijven en in plaats van speler van één, was ik opeens hoofdtrainer. Ik kwam van vakantie terug en moest meteen met de voorbereiding voor het nieuwe seizoen beginnen.”

De student Scheikunde, die ook nog een jaar Medicijnen ‘deed’, moest toen weer een keuze maken. Eerder dacht hij aan een carrière als profvoetballer, maar besloot te gaan studeren.  Maar nu lonkte het vak van trainer. Gerard Desar had alle diploma’s behaald, inclusief dat van Coach Betaald Voetbal. De docenten waren onder meer Frantisek Fadronc en Siem Plooijer, op de KNVB-cursus trok hij op met mannen als Aad de Mos en Foppe de Haan.

Gymnasium

,,De studie Scheikunde die mij enorm boeide en het onderwijs wonnen het uiteindelijk van mijn aspiraties broodvoetballer te worden of later trainer in het betaalde voetbal”, kijkt hij terug op die moeilijke momenten dat er knopen moesten worden doorgehakt. ,,De keuzes zijn goed geweest”, klinkt het tevreden. ,,Ik stond graag voor de klas..” En vervolgt: ,,Maar het waren hectische tijden. Een drukke baan en cursussen volgen. Het geven van trainingen was een leuke betaalde hobby. Dat alles gaat toch ten koste van het gezin. Soms snel even thuis eten, maar meestal ging het broodtrommeltje mee.”

In 2007 werd Gerard Desar onderscheiden, een prachtige afsluiting van glanzende carrières.

In 2007 werd Gerard Desar onderscheiden, een prachtige afsluiting van glanzende carrières.

Zowel aan het Gymnasium aan de Fruinlaan waar Gerard lesgeven combineerde met het conrectorschap  als op de groene mat, had hij contact met jonge mensen, met de toekomst. Dat houdt de mens jong en inspireert. In 2007 behaagde het Hare Majesteit Koningin Beatrix hem te onderscheiden. Een prachtig sluitstuk van een glanzende carrière op verschillende fronten.

Gerard Desar is zo’n 25 jaar meer dan actief geweest bij de 100-jarige club. Als trainer van de A-selectie en Jong UVS (3e en 4e elftal), als jeugdtrainer en jeugdcoördinator en vicevoorzitter. Nu is hij vrijwilliger binnen de blauw-witte gelederen. Hij kijkt met voldoening terug op zijn kwart eeuw in de Kikkerpolder en blikt tegelijk vooruit en filosofeert: ,,Een club is meer dan een omgeving waar je met anderen een balletje trapt. Het is een ook ontmoetingsplaats waar je sociaal gevormd wordt en dat is  zo waardevol, dat draag je je hele leven immers mee.”

Genoeg gepraat. Plakboeken komen op tafel.  Ledenlijsten vanaf 1924, waarvoor clubarchivaris Fred Beerenfenger een moord zou willen doen. Ook papieren applaus voor Gerard Desar, die er als trainer in geslaagd is UVS zes jaar achtereen in de hoofdklasse te houden, een prestatie van jewelste. Hij neemt er een enveloppe uit, waar in zwierig handschrift zijn naam en adres op staan. Afkomstig uit Barcelona, afzender Louis van Gaal. In fraaie geschreven zinnen legt de huidige bondscoach van het Nederlands elftal uit, waarom in de technisch staf de voorkeur is uitgegaan naar een jeugdtrainer van het Iberisch schiereiland en niet naar hem. Een prachtig onderwerp om te bespreken tijdens de feestavond in Scheltema, tijdens het eeuwdiner voor en door de vrijwilligers van de club of tijdens de receptie ter gelegenheid van het unieke jubileum.

Mooie herinnering van een ras-UVS-er

De mooiste wedstrijd die Gerard Desar voor UVS speelde was niet in de Kikkerpolder, maar in Heemstede. Op het terrein van RCH speelde UVS in 1968 voor 22.000 toeschouwers de finale om het Nederlands kampioenschap bij de amateurs. ,,De bussen stonden hier al vast. Veel mensen hebben het nooit tot in Heemstede gered. Voor de thuisblijvers had UVS echter een oplossing: ,,In de Stadsgehoorzaal was er een direct telefoonverslag te horen.” Trainer Piet Kantebeen was er niet bij.

De nacompetitie was zo lang dat deze wedstrijd al midden in de zomervakantie viel. Piet moest kiezen: met zijn vrouw op vakantie, of de wedstrijd. Koos hij voor het laatste hoefde hij van zijn vrouw niet meer terug te komen. Hij koos dus voor zijn vrouw”, grijnst Desar, nog nagenietend. UVS verloor met 2-1 van DCG uit Amsterdam. Op schlemielige wijze..

Wie schrijft het UVS-clublied?

Dat is vreemd, het 100-jarige UVS heeft geen clublied. Clubarchivaris Fred Beerenfenger: ,,Nee, er is geen clublied. In het verre verleden wel, maar dat was in de tijd van de toneelclubjes binnen de voetbal- en andere verenigingen. Het laatste wat ik weet is het grammofoonplaatjes uit de tijd van Melbi Raboen als trainer.” De redactie van www.leidenamateurvoetbal.nl  geeft een eerste aanzet tot het schrijven van een blauw-wit lied: ‘UVS, een club van klasse’. Wie maakt het af?

UVS_100_Jaar_ De hoofdmacht van UVS miden jaren '70

 

Een foto van midden jaren ’70. Staand van links naar rechts: Gerard Desar, Piet van Putten, Cor Pennenburg, Hans Kruit, Wil Henskens, Bert Kort, Fred Filippo, Cees Duprie, Jan van Leeuwen (Jan Ballie), Wim van Loeff.

Zittend van links naar rechts: Henk Zandbergen, Arie Lagendijk, Wijnand Sloos, Frits van der Heiden, Theo van Seggelen, Paul van Goozen en Kees Pouwiel.

Jan van der Poel stuurde ons een bericht en wist ons te vertellen dat de ontbrekende naam op de elftalfoto Jan van Leeuwen (Jan Ballie) is. Jan van Leeuwen heeft later nog voor MMO 1 gekeept. Jan, bedankt voor de aanvulling!