Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

De kunst van het relativeren na ongekende middag..

Mooi artikelbanner
Den gapender eter artikel

Waar ik precies heen wil met dit stuk, weet ik op het moment dat ik eraan begin nog niet. Maar als ik één ding heb geleerd in al die jaren dat ik voor de Voorschotense Courant – het lokale ‘sufferdje’, dat inmiddels is wegbezuinigd – en de website van Voorschoten ’97 de verslagen maakte van onze wedstrijden, is dat van schrijven soms een therapeutische werking uit kan gaan.

Ik heb er inmiddels een nachtje over kunnen slapen. Niet best overigens, maar dat terzijde. En om nou te zeggen dat het me echt goed heeft gedaan, nee. Ik stond vanochtend op met de ziekte in mijn lijf. Lusteloos. Hetzelfde gevoel waarmee ik een paar uur eerder nog maar mijn ogen dicht had gedaan. Normaal kan ik een nederlaag vrij eenvoudig naast me neerleggen. Winnen, verliezen: het is nou eenmaal inherent aan sport. It’s all in the game. Even balen mag best, maar daarna gaan we gewoon weer over tot de orde van de dag.

Soms zijn verloren wedstrijden echter verdomd lastig te verkroppen. Zo ook die van gisteren, thuis tegen Teylingen. We stonden er voorafgaand aan dat duel al niet al te florissant voor, met acht punten uit evenzoveel wedstrijden. Een zelfbenoemd titelkandidaat onwaardig. Na de onnodige degradatie van afgelopen jaar – nota bene met een neutraal doelsaldo – hadden we onszelf voor dit seizoen maar één doel gesteld: het verloren terrein meteen weer goedmaken. Dat het kampioenschap al na één periode volledig buiten bereik blijkt, is dan ook een hard gelag. De achterstand op het ongenaakbare SV Hillegom is ondertussen al meer dan een straatlengte. Desondanks heeft de sfeer in de kleedkamer er niet onder geleden. Natuurlijk, als je wint, heb je vrienden. Dan ziet de wereld er een stuk zonniger uit. Maar zelfs in deze barre tijden ga ik nog drie keer per week met heel veel plezier naar de club.

Johlex bouw artikelbanner
Voorthuijzen artikelbanner
Knijnenburg artikelbanner
Sport2000 artikelbanner

Na het (zoveelste) debacle van een week eerder, waarin negentig minuten lang voetballen op de helft van de tegenstander niets opleverde en Nicolaas Boys vlak voor tijd uit een spaarzame tegenstoot de 1-0 binnenprikte, kwam de ontmoeting met Teylingen als geroepen. Het begin van de tweede periode, een frisse herstart, tegen een tegenstander die ons goed ligt. Vorig seizoen, toen nog op tweede klasse-niveau, maakten we twee keer korte metten met ze. Thuis werd het liefst 5-0, uit 0-3. Een geschikter moment om onszelf op te richten leek op voorhand niet denkbaar.

Dat Voorschoten een angstgegner is voor de Sassenheimers werd bovendien al snel duidelijk. Teylingen had de eerste helft niets maar dan ook niets in de melk te brokkelen. ,,We speelden héél, héél, héél slecht’’, zo beoordeelde Laurens Mouter het spel van zijn ploeg voor rust. ,,En dat was ook de verdienste van Voorschoten. Ik vond ze echt heel goed voetballen. Het was een godswonder dat we met 3-3 de rust in gingen.’’

Dat was het zeker. Tot drie keer toe schoot de messcherpe Niels van den Berg ons naar een voorsprong, maar even zo vaak viel de gelijkmaker vrijwel meteen daarop, en telkens eigenlijk uit de lucht. Van Teylingen werd behoudens de drie treffers namelijk niets vernomen. Maar zoals wel vaker dit seizoen geeft een voorsprong ons weinig rust. Integendeel. Het lijkt alsof er spontaan paniek uitbreekt als we zelf scoren. De twijfel slaat toe. Leuk hoor, zo’n doelpunt. Maar het zal toch niet weer misgaan?

Groot was dan ook de opluchting toen we in het eerste kwartier na rust de marge vergrootten naar twee goals verschil. Dit kon niet meer misgaan. In the pocket, die punten. Zeker met zo’n onmachtige opponent. Maar dan breekt de 69ste minuut aan. Een onschuldige voorzet vanaf de zijkant van het strafschopgebied wordt vanaf enkele meters tegen mijn hand aangeschoten. Die houd ik weliswaar niet kaarsrecht langs mijn lichaam – mijn inziens een nogal onnatuurlijke houding – maar je kunt ook moeilijk beweren dat mijn hand naar de bal gaat, zoals de dienstdoende scheidsrechter wil doen geloven.

Zelfs Mouter is na afloop zo eerlijk om toe te geven dat hij het geen strafschop vond. En met Dorus van der Voort achter de bal, die doorgaans aan een halve kans genoeg heeft, tel ik ‘m al. Tot mijn verbazing zie ik zijn inzet echter via de paal terug het veld in springen. De bal belandt voor de voeten van een Sassenheimer en in een ultieme poging diens rebound te blokken werp ik me in de baan van zijn schot. Na een rare stuit krijg ik de bal in mijn zij en zie die tot mijn grote ontzetting in de verre hoek verdwijnen: 5-4.

Nog altijd op voorsprong dus, maar aan alles voel je dat dit wel eens de ommekeer kan zijn. Het uitgebluste Teylingen gelooft er ineens weer in, terwijl bij ons, labiele Voorschotenaren, de twijfel toeslaat. Luttele minuten later krijgt Teylingen een vrije trap te nemen aan de linkerkant van het veld. Die wordt ingedraaid en lijkt een simpele prooi te worden voor onze doelman, Abdel Lamrabette. Niet dus. Waar ‘Appie’ zijn armen al strekt om de voorzet uit de lucht te plukken, besluit Eelke van Dijken op het laatste moment zijn kruin er tegenaan te zetten en kopt de bal feilloos binnen. Nog een eigen goal! Hoeveel pech kun je als ploeg hebben? En is dat nog wel toeval? Soms heb ik het idee dat we op één of andere manier vervloekt zijn. Dat het niet zo mag zijn. Onzin natuurlijk. Alsof een hogere macht de moeite zou nemen vanaf boven een potje voetbal in de derde klasse te beïnvloeden. Hij of Zij (Het?) heeft wel betere dingen te doen.

Bij 5-5 grijpt onze in Sassenheim wonende en werkende trainer in en haalt de twee Voorschotense makers van ‘Sassemse’ goals naar de kant, om twee aanvallender ingestelde spelers in te brengen. De alles-of-niets-poging sorteert niet het gewenste effect. Sterker, al snel na de dubbele wissel maken de bezoekers er zelfs 5-6 van. Vanaf de bank smijt ik uit pure frustratie een volle bidon tegen de grond, die spontaan openspringt, en baan naar de kleedkamer. Boos op alles en iedereen, maar vooral teleurgesteld. In mezelf en in het noodlottige verloop van deze wedstrijd, die toch maar één ploeg als winnaar verdient. Terwijl ik al onder de douche sta, valt er nog een treffer. Even heb ik weer hoop, maar die wordt al snel de grond in geboord. Door de richting waaruit het verstomde gejuich vandaan komt, weet ik genoeg: 5-7.

Wat ik later pas hoor, is dat we bij 5-6 nog een penalty gekregen en gemist hebben. Uitgerekend Niels, die zo’n fantastische wedstrijd speelde en met drie goals al lang en breed matchwinner had moeten zijn, faalt vanaf elf meter. Maar wie er ook achter was gaan staan, niemand had die bal in de 88ste minuut gemaakt. Heeft alles te maken met de collectieve staat van mentale weerbaarheid.

Gelukkig ben ik omgekleed en ingepakt voordat de wedstrijd erop zit. Ik heb even geen zin in mensen. In niemand. Als een voortvluchtige crimineel verschans ik me in een lege kleedkamer. Verstand op nul, gedachten leeg. Ik weet niet eens hoe lang ik daar met mijn ogen dicht gezeten heb, in zo’n situatie verlies je het besef van tijd, maar voor mijn gevoel moet het toch zeker een half uur tot driekwartier geweest zijn. Pas als het gestommel uit onze kleedkamer en die van onze gasten verdwenen is, sta ik op, pak mijn tas en loop in één rechte lijn richting fiets. Tot mijn opluchting kom ik onderweg niemand tegen. Mensen, mijn hoofd staat er nog steeds niet naar.

’s Avonds ontkom ik daar echter niet langer aan. Voor het Leidsch Dagblad zit ik iedere zondagavond op de redactie om te bellen met de trainers uit onze afdeling, voor een korte beschouwing van hun gespeelde wedstrijd van die dag. Kan ik natuurlijk fijn tien keer uitleggen wat er in godsnaam allemaal bij onze ‘korfbalwedstrijd’ gebeurd is. Dus neem ik me voor om ieder gesprek te starten met: ‘Hoi …, met Robert. Voor we verder gaan: ik wil het er NIET over hebben. Lees het morgen maar in de krant!’

Die aanpak werkt prima, moet ik zeggen. Ook Laurens krijg ik aan de lijn, als laatste. Een belletje waar ik tegenop zie en dat ik zo lang mogelijk heb uitgesteld. Zijn reactie verbaast me en doet me tegelijkertijd goed. Hij schaamt zich oprecht voor de overwinning en benadrukt dat zijn ploeg nergens recht op had. En bovendien voelt hij met ons mee. Ik geloof hem. Laurens is een trainer die al even meeloopt. Hij kent het klappen van de zweep. Een goede trainer en, belangrijker nog, een fijn mens.

Een korte nacht volgt. Hoewel ik me futloos voel, kan ik de slaap maar amper vatten. Malen, malen, malen. Hoe is het toch mogelijk?

De morgenstond heeft goud in de mond. Edoch, deze ochtend niet bepaald. Met frisse tegenzin hijs ik mezelf uit bed. Liever was ik daar nog uren in blijven liggen, maar de kinderen moeten naar school en die hebben nou eenmaal geen boodschap aan een chagrijnige vader. Het gezinsleven gaat gewoon door. Tijdens het ontbijt zet ik mijn telefoon aan. Vooruit, toch maar even kijken in onze groepsapp. In beeld verschijnt een foto van een laveloze Bennie Hogewoning in de Fratelli’s, het Italiaans restaurant in de Voorstraat dat op zondagavond als verlengstuk van de kantine fungeert. Ook bij de middenvelder is de pijnlijke nederlaag hard aangekomen. Ik probeer me voor te stellen hoe hij zich nu voelt en betrap mezelf erop dat ik een spontane glimlach niet kan onderdrukken.

Op datzelfde moment besef ik ineens: man, waar ben je nou mee bezig jongen? In een wereld waarin een humanitaire ramp dagelijks aan honderden mensen in West-Afrika het leven kost, waarin godsdienstextremisten andersgelovigen in naam van hun geloof verschrikkelijke dingen aan doen, waarin een vliegtuig vol onschuldige burgers zomaar met een raket uit de lucht wordt geschoten, maak ik me druk om… Ja, om wat eigenlijk?

Sec gezien om niets. Een fraai staaltje aanstelleritis is het. Zielig gedoe. Voetbal is de belangrijkste bijzaak, wordt vaak gezegd. En zo is het maar net. Maak het vooral niet groter dan het is. Ineens valt het kwartje… Eureka! De sleutel tot succes ligt bij de kunst van het relativeren. Als we die nuchtere kijk op ons geliefde spelletje de rest van het seizoen naar het veld weten te vertalen, komt het vast helemaal goed. Op naar het kampioenschap! Of niet. Ook goed.

 

 

Koetshuis de burcht artikelbanner
Brasserie meelfabriek

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het privacy beleid Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk te bieden. Als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. In ons privacy beleid staat exact wat met de gegevens gebeurt.

Sluiten