Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Oude clubhelden: De niet eerder vertelde successtory van Unitas 4

De kampioenen zijn te gast in het Olymische Stadion. Op deze heilige grond werd in 1976 een erewedstrijd gespeeld tegen oud-internationals. Staand onder anderen vlnr: Anton Varekamp, GVAV-doelman Otto Roffel (directeur Olympisch Stadion), Eric de Boer en Martin van Rooijen; 6e, 7e en 8ste Anthony van der Ingh, Har Meijer (aanvoerder) en Paul van Egmond (doelman), Lodewijk Kallenberg (2e van rechts); gehurkt: 6e en 7e van links: Patrick Trijzelaar en Hans Reints. De ‘lichtwedstrijd’ was geregeld door Martin van Rooijen, toen voorzitter Sectie Betaald Voetbal KNVB.

De kampioenen zijn te gast in het Olymische Stadion. Op deze heilige grond werd in 1976 een erewedstrijd gespeeld tegen oud-internationals. Staand onder anderen vlnr: Anton Varekamp, GVAV-doelman Otto Roffel (directeur Olympisch Stadion), Eric de Boer en Martin van Rooijen; 6e, 7e en 8ste Anthony van der Ingh, Har Meijer (aanvoerder) en Paul van Egmond (doelman), Lodewijk Kallenberg (2e van rechts); gehurkt: 6e en 7e van links: Patrick Trijzelaar en Hans Reints. De ‘lichtwedstrijd’ was geregeld door Martin van Rooijen, toen voorzitter Sectie Betaald Voetbal KNVB.

 

Terug in de tijd met oude clubhelden. Het is er weer tijd voor! ,,Wij speelden thuis aan de Boshuizerkade een wedstrijd tegen wie weet ik niet meer, doet er ook niet toe, het gaat om het verhaal. De bal wordt over alles en iedereen geschoten naar de boomlange Martin van Rooijen. Hij ziet het leer hoog aankomen en loopt achteruit om de bal met de borst op te vangen en vliegensvlug naar een van ons te spelen. Hij onderkent razendsnel de verkeerde optie, geeft niet op, loopt achteruit en achteruit om de bal koppend binnen te houden. De afrastering achter hem ontgaat Martin en hij maakt een duikeling. Pal achter de afrastering bevindt zich een sloot, waarin de latere staatssecretaris pardoes een plons maakt .”

De achteruit lopende Martin van Rooijen tuimelde over de afrastering en belandde in de sloot.

De achteruit lopende Martin van Rooijen tuimelde over de afrastering en belandde in de sloot.

Arnold van der Capellen

Rabobank artikelbanner
Brasserie buitenhuis
Scheffer sportprijzen artikel
Knijnenburg artikelbanner

Arnold van der Capellen aan het woord. Hij voetbalde bij Unitas en stond al enige tijd op mijn lijstje om als ‘held’ zijn verhaal te doen. Het loopt allemaal heel anders. Arnold, als docent verbonden aan de Hogeschool Leiden, ook is hij  stagecoördinator en account manager Cluster Management & Bedrijf en ook lid van de Ondernemingsraad, acteerde in het 4e elftal Unitas (‘Hoger ben ik nooit gekomen’). Hij bewaart warme herinneringen aan zijn actieve voetbaltijd, waarmee hij een gezelschap na een ‘eenvoudige doch voedzame maaltijd’, rijkelijk begeleid door uitgelezen wijnen en afgerond met een tenminste vijftien jaar oude cognac, uren aangenaam bezig kan houden. Hij voetbalde niet, hij acteerde op de groene mat.

Arnold van der Capellen: ,,Ik weet niet of alle verhalen op waarheid berusten, maar ze zijn wel grappig."

Arnold van der Capellen: ,,Ik weet niet of alle verhalen op waarheid berusten, maar ze zijn wel grappig.”

,,Wanneer ik ook maar lichtjes werd aangepakt, ging ik hemel en hel aanroepend liggen, met als resultaat tenminste geel voor mijn directe tegenstander. In het toneelgezelschap De Nederlandse Comedie had ik ook carrière kunnen maken. Toen het woord ‘schwalbe’ nog niet uitgevonden was, liet ik mij al in het strafschopgebied pontificaal, vol overtuiging vallen, ach en wee roepend. De daaruit voortvloeiende penalty’s werden door aanvoerder en latere huisarts Har Meijer hard en strak ingeschoten. Voor zover ik mij herinneren kan, heeft Har nooit één strafschop gemist.”

•Unitas-4 – Kampioenselftal 1967. Staand vlnr: Arre Fockema Andreae, Pieter Winsemius, .?. , Arthur Huygens, Cees Schuyt en Jan Mieremet; zittend vlnr: . ?. , Jaap Vriesendorp (aanvoerder), Anton Varekamp, Laurent den Holland en Johan Trijzelaar. Niet op de foto: doelman Paul Hamaker en voorzitter Onvlee.

•Unitas-4 – Kampioenselftal 1967. Staand vlnr: Arre Fockema Andreae, Pieter Winsemius, .?. , Arthur Huygens, Cees Schuyt en Jan Mieremet; zittend vlnr: . ?. , Jaap Vriesendorp (aanvoerder), Anton Varekamp, Laurent den Holland en Johan Trijzelaar. Niet op de foto: doelman Paul Hamaker en voorzitter Onvlee. Per abuis is er Unitas 2 afgedrukt destijds op de foto!

Geweldig kwartet

Dit wordt niet het nostalgische verhaal over het voetbalverleden van Arnold van der Capellen. Hij stuurde zijn mailtjes rond aan enkele van zijn teamgenoten van toen. Aan Har Meijer, inderdaad de bekendste huisarts die Leiden ooit binnen haar singels heeft gekend. Aan Lodewijk Kallenberg, wiskundige en meer dan veertig jaar verbonden aan Universiteit Leiden, nu onder andere voorzitter Stichting tot instandhouding Begraafplaats Groenesteeg en schrijver van Leidse Glorie, de 200-jarige geschiedenis van de begraafplaats ). Aan Martin van Rooijen  (staatssecretaris Financiën in het Kabinet-den Uyl 1973-1977, belastingexpert, oud-voorzitter Sectie Betaald Voetbal KNVB) en aan Anton Varekamp (chirurg van naam, liep in zijn studententijd op 3 oktober in menige optocht  mee,  sinds 2000 woonachtig Zuid-Frankrijk).

•Unitas-4 – Kampioenselftal 1968. Staand vlnr: Willem Veenhoven, Laurent den Hollander (met bloemen), voorzitter Onvlee, Pieter Winsemius, Cees Dorrepaal, Paul Hamaker (doelman), Jan Mieremet, Cees Schuyt en Paul van Wersch; zittend vlnr: .?. , Jaap Vriesendorp (aanvoerder), Anton Varekamp, Piet de Haas en Piet van Egmond (bediende op Sociëteit Minerva).

•Unitas-4 – Kampioenselftal 1968. Staand vlnr: Willem Veenhoven, Laurent den Hollander (met bloemen), voorzitter Onvlee, Pieter Winsemius, Cees Dorrepaal, Paul Hamaker (doelman), Jan Mieremet, Cees Schuyt en Paul van Wersch; zittend vlnr: .?. , Jaap Vriesendorp (aanvoerder), Anton Varekamp, Piet de Haas en Piet van Egmond (bediende op Sociëteit Minerva). Per abuis is er Unitas 2 afgedrukt destijds op de foto!

Anton Varekamp mailt

Hij woont met zijn vrouw op een berg,  een half uur van de stranden van de Côte d’Azur. Dit is wat Anton aan ‘details over “ons” Unitas’ laat weten: ,,Unitas was oorspronkelijk een ‘personeels-sportclub’ van de Leidse Universiteit met als ideaal, dat iedereen die werkzaam was bij deze Rijksuniversiteit daar kon spelen (van hoogleraar tot magazijnbediende). Uit dien hoofde kreeg deze club toestemming gebruik te maken van de universitaire sportvelden aan het Piet Paaltjespad, tussen de spoorlijn en het AZL.

In de loop der jaren na de WOII veranderde het ledenbestand en kwamen er steeds meer leden bij, die geen binding (meer) hadden met de universiteit, en was het in de jaren ’60 eigenlijk tot een ‘gewone’ burgervereniging geworden.

Anton Varekamp: ,,Ik maakte zelf, als midvoor, deel uit van dit zeer gezellige, maar ook sportieve elftal, dat volledig in de 'Leidse' vereniging was geïntegreerd."

Anton Varekamp: ,,Ik maakte zelf, als midvoor, deel uit van dit zeer gezellige, maar ook sportieve elftal, dat volledig in de ‘Leidse’ vereniging was geïntegreerd.”

De toenmalige sportleider van de universiteit, Koen Nuijs, heeft toen in overleg met de heer Onvlee, de voorzitter, het plan opgevat om onder de studenten nieuwe leden te gaan “ronselen” om zo het bestaansrechts van deze vereniging te kunnen garanderen. De meeste voetballers onder de studenten speelden in die jaren nagenoeg nog allemaal tijdens de weekenden bij hun ‘eigen’ club in de plaats van hun ouders. En zo kwam in 1967 het “Studenten-Elftal” van Unitas tot stand, het latere Unitas-4.

Aangezien de voetbalkwaliteiten van deze nieuwe leden vaak redelijk goed waren, werden wij al in 1967 kampioen van de afdeling. Een prestatie die in de eerstvolgende jaren erna nog een aantal keer werd herhaald. Ik maakte zelf – als midvoor – ook deel uit van dit zeer gezellige maar ook sportieve elftal, dat volledig in de “Leidse” vereniging geïntegreerd was van het begin tot 1970. In dat jaar moest ik mijn militaire dienstplicht gaan vervullen bij de Koninklijke Marine in “de West”.

Na terugkeer in Nederland bleek Unitas in verband met bouwplannen van het nieuwe Academisch Ziekenhuis, te zijn verhuisd naar de Boshuizerkade. Ik heb nog jaren meegevoetbald tot ik mij in 1978 als chirurg in Den Haag ging vestigen. Het “Studenten-Elftal” is naar ik heb begrepen uiteindelijk in dit jaren overgegaan naar ASC in Oegstgeest.”

Dan verhaalt Anton Varekamp in een andere, aanvullende mail over voetbalwedstrijden van Unitas-4 tegen het toenmalige Haagse Trainerselftal, met onder anderen Ernst Happel, Kurt Lindner, Cor van der Hart, ‘de vies spelende roodharige trainer’ van het Amsterdamse DWS en ook Otto Roffel. Deze wedstrijden kwamen tot stand door bemiddeling van de universitaire sportleider Koen Nuijs.

,,Herinneringen die wij koesteren”, aldus Anton, ,,om nooit te vergeten het  “gezellige samenzijn” met onze tegenstanders na afloop, hetzij in hun Haagse stamkroeg in de Molstraat of op Minerva aan de Breestraat bij ons. Veel drank en geanimeerd tot in de kleine uurtjes.”

Lodewijk Kallenberg vertelt

 ,,Om nu te zeggen dat ik een groot voetbaltalent was, nee. Ik was meer een sjouwer,  snel en ik bleef gaan. Als linkshalf had ik de niet onbelangrijke functie van stofzuiger. Ik haalde nooit minder dan een zeven. Dus, een betrouwbare kracht voor een trainer. In mijn herinnering heb ik in de zeventien jaar dat ik heb gevoetbald maar weinig gescoord. Eén ervan herinner ik mij nog levendig. Er werd een hoekschop genomen en ik kopte binnen. Onbegrijpelijk eigenlijk, want ik was en ben niet zo groot.

Lodewijk Kallenberg: ,,Ons team werd een vreemde eend in de bijt van Unitas. Dat ging schuren. Wij stapten over naar ASC, die club paste meer bij ons."

Lodewijk Kallenberg: ,,Ons team werd een vreemde eend in de bijt van Unitas. Dat ging schuren. Wij stapten over naar ASC, die club paste meer bij ons.”

In mijn jeugd woonde ik in de Da Costastraat, het was dus vanzelfsprekend dat ik bij DoCoS ging voetballen, om de hoek, met de onvergetelijke Gerrit Noordman als jeugdleider. DoCoS had naast de voetbaltak ook een tafeltennisafdeling, de club van Gerard Bakker. Hij zocht voortdurend  nieuwe leden en kwam scouten op het Kersttafeltennistoernooi van de voetballertjes. Op een dag komt hij bij ons thuis en vertelt mijn ouders dat ik en mijn broer Kees moeten gaan tafeltennissen. ,,In het voetbal zijn een miljoen spelers actief, bij het tafeltennis dertigduizend. De kans om als tafeltennisser te slagen is dus vele malen groter dan als voetballer”, zo was de uitleg. Daarmee trok hij onze ouders en ons over de streep, wij gingen ook tafeltennissen, in een zaal aan de Potgieterlaan.  Een jaar speelden wij in de hoofdklasse, maar dat niveau was net een klasse te hoog voor ons. Verder heb ik vanaf mijn zestiende jaar getennist bij het Leidse Unicum. De laatste jaren loop ik lange afstanden. Ik heb er inmiddels vijftien marathons opzitten.

Ik heb alleen maar aangename herinneringen aan Unitas-4, dat op een gegeven moment in zijn geheel overstapte naar ASC. Waarom? In feite waren wij een vreemde eend in de bijt. Er ontstond meer en meer wrijving binnen de vereniging. Wij waren studenten, een hecht vriendenteam,  vriendinnen en vrouwen stonden ons langs de lijn – al dan niet al met een of twee peuters – aan te moedigen. Dat schuurde en  op een gegeven moment vonden wij het beter om over te stappen naar ASC, die club paste beter bij ons.

Ik heb op de kop af zeventien jaar, twaalf jaar in de kleuren van Unitas en vijf jaar in het rood/zwart van ASC, gevoetbald. Ik denk daar met plezier aan terug. Aan aanvoerder Har Meijer, die weigerde te koppen, haha. Aan de latere bonthandelaar Paul van Egmond, die ons als doelman behoedde voor slachting. Aan Eric de Boer, Cees Schuyt en de latere minister Pieter Winsemius, echte steunpilaren die wel durfden te koppen.”

Har Meijer: ,,Met gemak zou je een boek kunnen schrijven over Unitas 4"

Har Meijer: ,,Met gemak zou je een boek kunnen schrijven over Unitas 4″

 

Vervolgend: ,,De spelers van toen ontmoetten elkaar niet zo vaak meer, zij zijn uitgevlogen, hebben carrière gemaakt als chirurg, advocaat, bonthandelaar, politicus, ondernemer, wetenschapper. Kortom, ze zijn goed terecht gekomen. De dames zien elkaar jaarlijks. Arda Varekamp,  Mareen Meijer, Marja van Rooijen, Cora van Egmond en Helma Kallenberg, om er enkelen te noemen, ontvangen dan thuis, eten met elkaar en praten over die ‘goede oude tijd van Unitas-4 en over hun belevenissen van de laatste tijd. Ze doen dat al vanaf 1985.”

Herinneringen van Pieter Winsemius

,,Onze voorzitter en zeer betrouwbare rechtsback was Piet Onvlee, in zijn jonge jaren een vaste kracht in UVS-1. Ons eerste elftal was zwaar geïnspireerd door “Sociëteitsbediende Piet”(van Egmond, die zelf ook nog meespeelde) . Ik vermoed dat het vrij doorslaggevend was dat we met vier man van van PPP-7 (studentenbarak Piet Paaltjespad) overstapten. Zo uit het keukenraam het veld op, mooie pret: ,,behalve Laurent den Hollander en ik ook Rob Lut en natuurlijk Kees Dorrepaal. Andere spelers uit het begin: tweemaal Vriezendorp (Jaap en Huib) en Laurent den Hollander was het eerste jaar topscorer met 45 goals. Andere elftalgenoten waren toen: de tenniskampioen Loek Sanders, de V&D-baas (naam even kwijt), Arre Fockema Andreae natuurlijk, tweemaal Trijzelaar (Johan en Patrick) en Nobé (Menso en Maarten).

Pieter Winsemius: ,,Wij stapten vanuit de studentenbarak aan het Piet Paaltjespad via het keukenraam het veld op."

Pieter Winsemius: ,,Wij stapten vanuit de studentenbarak aan het Piet Paaltjespad via het keukenraam het veld op.”

Wij hadden toen vijf artsen in het elftal. Als er iemand viel met een blessure, riepen wij, de leken: ,,Niet allemaal tegelijk!”. Ik moet nageven dat alleen Anton (Varekamp) dan naar voren trad alias eerstehulpverlener.

Onze grootste overwinning was dat eerste jaar 21-0, we werden ongeslagen kampioen. Het tweede jaar verloren wij eenmaal, tegen Sint Bernardus uit Hazerswoude, ik meen met 5-2. In de uitwedstrijd werd dat gecorrigeerd met 13-2. Daarna werd het studentenelftal als zodanig opgeheven door een fusie met het eerste ‘burgerelftal’. Dat flopte echter geheel en al: mismatch van culturen, om het zo maar te noemen.

Het tweede elftal, een meer succesvolle mengeling van minder ambitieuze (en meer talent-armere) lieden, ging wel door en vormde later weer de kern voor een terugkeer van het studentenelftal. Ik speelde nog mee op de Boshuizerkade, met die verschrikkelijke kleedkamers, tot wij in de jaren zeventig naar Amerika gingen.”

De voormalige minister besluit zijn herinneringen en het e-mailverkeer van zijn voormalige strijdmakkers met: ‘t Was goed jullie weer even te zien, gebeurt te weinig. Goede groet en omhels jullie dames: ik mis ook hen.”

Finale

 ,,Ik wil vooral ook de rode kaart van Martin van Rooijen memoreren”, geeft Arnold met klem aan. ,,Juist op een moment dat een ander lid van het Kabinet,  Dries van Agt, de agressie op de voetbalvelden wilde beteugelen.” Nou vooruit: Op het moment dat Van Rooijen ernstig in de fout ging en van het veld werd gestuurd, bleek een fotograaf van De Telegraaf aanwezig te zijn, met camera. De maandag daarop prijkte de man die tegenwoordig namens de politieke partij 50PLUS zitting heeft in de Eerste Kamer, op de voorpagina van de wakkere krant. In chocoladeletters:

R-O-O-D.!

Er is geen houden meer aan met Arnold: ,,Toen wij in het Olympisch Stadion speelden tegen oud-internationals met legende Otto Roffel op doel, gaf de bebrilde keeper, ook directeur van het stadion,  opdracht aan Tonnie Bruins Slot om vier lichtmasten te ontsteken. Er ontstond enige commotie. Bruins Slot meende dat ‘ die ouwe mannen met twee voldoende uit de voeten konden’. ,,Roffel won de prestigestrijd, bij het schijnsel van vier lichten kregen wij toen een voetballesje van de oud-internationals.”

Har Meijer maakte in diezelfde wedstrijd pijnlijk kennis met coach Pim van der Meent, die toen FC Amsterdam trainde, later ook Roodenburg. Van der Meent gaf Har een stevige por in de maagstreek en merkte fijntjes op: ,,Zo, dan weet je wat en wie je tegenover je hebt.”

,,Oh ja, vraag Har Meijer ook even naar zijn optreden als Sinterklaas, met mij als Zwarte Piet.” Arnold van der Capellen: ,,Ik weet niet of al deze verhalen op waarheid berusten, maar ze zijn wel grappig.” De andere dag hoorde ik mijn kleindochter Loïs een verrassend misschien wel toepasselijk versje zingen:

Je bent een liegbeest en een jokkenbrok

Van achteren en van voren

Maar ga er alsjeblieft mee door

Ik vind het grappig om te horen.

 

Unitas werd opgericht op 6 mei 1932, fuseerde op 30 juni 1990 met LDWS. Beide verenigingen gingen door onder UDWS (Unitas Door Wilskracht Sterk). Op 1 juli 2003 besloten LFC, UDWS en VNA door te gaan als FC Boshuizen. Volgens de Tam Tam voeren ondertussen FC Boshuizen, GHC en DoCoS fusiegesprekken.

Het kampioensteam 1975-1976 van Unitas 4. Staand v.l.n.r.: Anthony van der Ingh, Martin van Rooijen, Paul van Egmond (doelman), Eric de Boer, Har Meijer (aanvoerder), Maarten Nubé en Patrick Trijzelaar; zittend vlnr: Hans Reints, Arnold van der Capellen, Anton Varekamp, met Menso Nubé voor hem, en Lodewijk Kallenberg.

Het kampioensteam 1975-1976 van Unitas 4. Staand v.l.n.r.: Anthony van der Ingh, Martin van Rooijen, Paul van Egmond (doelman), Eric de Boer, Har Meijer (aanvoerder), Maarten Nubé en Patrick Trijzelaar; zittend vlnr: Hans Reints, Arnold van der Capellen, Anton Varekamp, met Menso Nubé voor hem, en Lodewijk Kallenberg.