Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Roodenburg 90 jaar, alle aandacht voor de club uit ‘Noord’

Brasserie Park
Sepa green artikelbanner

Jan Lovink kijkt terug en blikt vooruit

‘Alles verandert in hoog tempo, taak en functie verenigingen veranderen mee’

,,Hele generaties zijn opgegroeid met Roodenburg. De liefde voor de club ging over van vader op zoon. Voor de families Beij, Boom, De Bolster, Den Os, Van der Vliet, Van der Weijden, Zierikzee en ga zo maar door, was Roodenburg hun club. Daar vonden ze vriendschap, plezier, een brok invulling van hun leven. Verder erkenning en waardering wanneer ze zich in hun vrije tijd inzetten voor de vereniging.  Maar de samenleving is in hoog tempo veranderd, weinig tot niets blijft bij het oude, lijkt het. Men is minder clubgebonden, vrijwilligers zijn moeilijker te vinden. Iedere club heeft daar last van.  Roodenburg merkt dat meer dan andere clubs. Hier op Noord spelen nog andere zaken een rol.”

Voorthuijzen artikelbanner
Johlex bouw artikelbanner

Jan Lovink, al heel veel jaren in uiteenlopende functies verbonden aan Roodenburg, kijkt – nu zijn ‘cluppie’ de eerbiedwaardige leeftijd van 90 heeft bereikt –  nostalgisch terug. Foto’s vertellen de geschiedenis van de blauwzwarten, ze zijn door voormalig voorzitter Henk Uiterdijk verzameld, bewaard, gekoesterd en opgeslagen in dikke albums.

Hij neemt de Jubileumkrant Roodenburg 1927 – 1987 erbij en leest voor wat Uiterdijk toen predikte: ,,Mijn mening over ‘betaling en/of vergoedingen’ bij amateurverenigingen is, dat je dan langzaam maar zeker bezig bent aan de ondergang van je vereniging.” En: ,,Je kunt nog altijd beter gezond degraderen, dan je ongezond handhaven.”

Jan Lovink: “Wij halen 2027, mits…….”

Lovink sluit zich bij deze woorden aan en vult aan: ,,Toen de Bollenstreek ging betalen, betekende dat de dood in de pot voor Leiden. Men ging bij elkaar spelers weghalen door middel van betaling. Het gevolg: men maakte elkaar kapot.”

In diezelfde krant besloot Ruud Paauw van het Leidsch Dagblad als volgt zijn column: ,,De blauwzwarten verkeren nu in grote zorgen. Ik hoop van harte dat Roodenburg het redt, ik wens de club namelijk alle goeds. Maar zelfs wanneer dat niet lukt, hoeft Roodenburg niet te wanhopen. In al de jaren van haar bestaan heeft de vereniging meermalen getoond tegen een stootje te kunnen.”

Roodenburg 2027

Momenteel is er geen sprake van ‘stootje’, maar van meer. Het fusiespook waart over voetballend Leiden en de eisen van de gemeente zijn niet mals. Fuseren of opheffen wanneer niet voldaan wordt aan de volgende voorwaarden: geen schuld aan gemeente, 450 leden, jeugd in alle leeftijdsgroepen.

,,Fuseren? Met wie?”, vraagt Lovink zich af. ,,Roodenburg heeft gesproken met een aantal verenigingen als mogelijke kandidaat, maar dat heeft niet tot concrete resultaten geleid.” En wat doet Roodenburg in dit cruciale geval? De club belegt een Miniconferentie over de toekomst van Roodenburg.

Voorzitter Raymond Keur nodigde begin mei een ‘keur’ aan mensen uit die zich kritisch konden uitlaten over Roodenburg.  Niet zo maar een bijeenkomst, maar met afgevaardigden van de gemeente en uit de wijken en sportwereld. Nee, Bureau Blaauwberg, met stevige wortels in stedelijke studies en kennis van integratie en emancipatie van migranten in steden, had onderzoek gedaan en sprekers uitgenodigd. De aanwezigen toonden zich betrokken en gingen met elkaar in gesprek over het gekozen onderwerp ‘Visie Roodenburg 2027 – Voetballen in een stad van vele kleuren’. Iedereen kwam aan het woord in deze levendige en voor velen verrassende bijeenkomst.

‘Vindplaats’

Waarom moet Roodenburg blijven bestaan, ook wanneer niet wordt voldaan aan de eisen die de gemeente heeft geformuleerd? Het antwoord: De sportieve prestaties blijven van belang, maar de functie en taak van Roodenburg reiken verder. Daarbij gaat het om de integratie en emancipatie van de nieuwe stadsbewoners. Roodenburg opheffen betekent dat vele tientallen jeugdleden op straat komen. Wil de gemeente dat? Geen enkele club kan namelijk zo’n aantal zo maar even opnemen, zonder dat hun organisatie in gevaar komt. Roodenburg was en is de ‘vindplaats’ van voetballers die het ver ‘geschopt’ hebben. Namen te over: de eerste Roodenburg-speler die furore maakte in de voetbalwereld was Maarten de Vos, sportjournalist, oprichter van Bureau Inter Football, een bedrijf actief op gebied van sportmarketing. Maarten regisseerde de documentaire Nummer 14 Johan Cruijff.

Verder Marcel Valk, Glenn Helder, Marco van Alphen, Wout Holverda, Jeffrey van As, Hennie de Romijn, Peter Kruit,  Koos van Weerlee, John van de Wetering, Wim Rijsbergen en Houssin Bezzai. Ze zijn bij Roodenburg begonnen, hebben zich bij de club ontwikkeld, zijn uitgevlogen naar andere clubs , waren succesvol in het betaalde voetbal of bedrijfsleven.

Roodenburg stelt ook spelers in staat trainer te worden en leverde een reeks oefenmeesters af: Paul Pikaar (FC Rijnland), Marcel IJzendoorn (Foreholte), Arno Lancel (2e trainer FC Lisse za), Ronald Moenen (jeugdcoördinator onderbouw DoCoS), Cengiz Domnez (GOL Sport), Ron de Roode (Meerburg), Henk Buyn (RCL 2e trainer), Nourdin Essaoui en Lofti Omrani (Roodenburg zo).

,,Zomaar een aantal namen van mensen die actief zijn in het voetbal in Leiden en omgeving”, aldus Lovink. ,,Je ziet, bij Roodenburg konden en kunnen leden zich als voetballer en als mens ontwikkelen.”

Jan komt op stoom: ,,Zo is Richard van Iterson verslaggever geworden bij Ziggo Sport, Kees Verver video-analist bij AZ, Jeffrey van As technisch directeur van ADO Den Haag, en Jurgen Kok en zijn vrouw Mary zetten zich in voor de Football Equals Foundation.”

Football Equels Foundation? Deze stichting maakt zich sterk voor Gender Equality via voetbal. Dit betekent dat talentvolle jongens en meisjes niet meer gescheiden worden op geslacht en eenzelfde professionele opleiding aangeboden krijgen. In Twente werd in juli vorig jaar de allereerste Football Equals Academy gelanceerd. Daar krijgen zo’n 70 spelers en speelsters de kans zich optimaal te ontwikkelen.

Jeugd

Roodenburg als vindplaats geldt net zo goed voor de jeugdspelers, die jarenlang de jeugdopleiding hebben gevolgd op Noord. Ze begonnen bij de pupillen en zijn hun hele jeugd bij de club blijven spelen. Ze hebben leren omgaan met succes en met het verwerken van teleurstellingen. ,,Opmerkelijk is,” aldus Jan, “dat veel Roodenburgers maatschappelijk zijn geslaagd. Een groot aantal heeft een universitaire opleiding met succes afgerond.” Dan moet Lovink grinniken: ,,Laatst ontvingen wij van Sparta een vergoeding voor het opleiden van een speler. Weet je hoeveel? 59 euro! Dat is in feite een schande.”

Moskee-voetbal

Tijdens de Miniconferentie maakten de vertegenwoordigers van Roodenburg (10 man sterk!) duidelijk dat bij voorbeeld Marokkanen het fenomeen ‘verenigingsleven’ niet kennen. In Marokko is alles overheid gestuurd. Verder leeft in dat land wantrouwen jegens die overheid en  vrijwilligerswerk is ongebruikelijk. ,,Integratie en emancipatie hebben nog een generatie nodig”, meent Lovink. ,,Maar we zijn op de goede weg. Jonge gasten komen hier in het jeugdhonk een colaatje drinken en tafeltennissen. Via de installatie van een Vrouwenklankbord proberen wij de vrouwen een plek te geven binnen de club.”

Op zondag, wanneer bij andere verenigingen niets te doen is,  komen Marokkanen, 20 tot 30 man,  een balletje trappen, grappend ‘Moskee-voetbal’ genoemd. Roodenburg verwacht dan ook een groei van de zondagtak.

Buurtvereniging

Werd er vroeger van een omnivereniging, waar diverse takken van sport  konden worden beoefend, tijdens de Miniconferentie kwam voorzitter Keur met het fenomeen ‘buurtvereniging’, een honk dicht bij huis, waar iedereen maar dan ook iedereen iets naar zijn of haar gading kan vinden. Met initiatieven als een vrouwenclub, een wandelclub, naschoolse opvang, huiswerkbegeleiding en de mogelijkheid om te klaverjassen, sjoelen of tafeltennissen en natuurlijk te voetballen of voor ouderen te wandelvoetballen. Waarom niet? De accommodatie is er, de mensen zijn er. Niet denken in problemen, maar in kansen en uitdagingen.

Voorzitter Keur: ,,De buurthuisfunctie betekent dat Roodenburg haar gebouw deelt en openstelt aan andere organisaties. Op die manier kan er optimaal gebruik worden gemaakt van het complex en werkt Roodenburg met anderen aan activiteiten voor de wijk. Roodenburg is dan niet alleen een voetbalclub, maar biedt ook de ruimte waar mensen samenkomen voor een praatje, een cursus en gezellige avonden.”

Voordelen: het efficiënt benutten van het clubhuis en huurinkomsten als bijkomend voordeel.

Actie

Op haar 90ste verjaardag presenteert Roodenburg de nodige acties:

  • Werven nieuwe leden
  • De financiën op orde brengen
  • De buurteconomische functie versterken, huurders aantrekken en de bezettingsgraad van het gebouw en  complex opvoeren
  • Nog meer structuur en kwaliteit brengen in de ontwikkeling van talent en karakter van de leden
  • En….natuurlijk gewoon mooi voetbal spelen.

Feest

In het kader van het 90-jarig bestaan werden inmiddels de toernooien 4 tegen 4 en 7 tegen 7 gehouden. Deze week wordt op een groot scherm gekeken naar de finale Ajax- Manchester United in Stockholm. Op Hemelvaartsdag wordt ’s morgens gestreden om de Kooicup; ’s middags komen de senioren binnen de lijnen. Vrijdag 26 mei vindt het Sportcafé plaats en kunnen andere verenigingen, organisaties en instanties tijdens een receptie het bestuur feliciteren.

Zaterdag wordt het elkaar weer ontmoeten en herinneringen ophalen. De reünie is voor (oud-)leden, (oud-)vrijwilligers en allen die iets (of meer) voor Roodenburg hebben betekend. De muziek wordt verzorgd door Percey Klavert en zijn band. Raymond Keur neemt zijn saxofoon mee. Voorafgaand aan de reünie komt een Gouden Elftal uit tegen een verrassende combinatie.

De Gouden Gezelschap bestaat – wijzigingen voorbehouden- uit onder meer: Mario van der Pluijm op doel en verder: Peter Ciere, Wim Rijsbergen, Ron de Bruin, Bert Jansen, Henk Buyn, Hans Tisseur, Sam den Os en Glenn Helder.

Terugkijken

,,Er is geen enkele voetbalclub die haar geschiedenis zo uitgebreid in foto’s heeft vastgelegd”, weet Jan Lovink. ,,Neem er maar een stel mee in je verhaal. Dit is historie met de hoofdletter H.” Maar eerst in vogelvlucht door de historie van LV Roodenburg, vervolgens de vereniging door de jaren heen in foto’s en tot slot enkele doorgewinterde Rodenburgers die in het (recente) verleden van hun liefde voor de blauwzwarten getuigden.

Op een veld achter de huizen van de Rijndijkstraat kwam in 1927 Roodenburg tot leven onder de naam ‘Voor Ons Genoegen’ (VOG). Het voor één gulden per week gehuurde stukje weiland werd met veel moeite als voetbalveld ingericht. Omdat er al een VOG bestond, moest er een andere naam komen. De keuze viel op Roodenburg, omdat de vereniging in de Roodenburgpolder was opgericht. In 1934 promoveerde Roodenburg, intussen spelend op een veld achter het Academisch Ziekenhuis, naar de NVB. Kort voor de oorlog verhuisden de blauwzwarten naar de Leidse Hout, waar ze tot september 1964 zouden blijven.

Met spelers als Isaac van Weerlee, Sam den Os, Bart Ouwerkerk, Henny Hensen en doelverdediger Mat Keereweer hielden de blauwzwarten zich goed staande in de tweede klasse. Daarna volgde de oversteek naar het voetbalcomplex ‘Noord’, waar de fraaiste successen werden behaald: kampioen van de tweede klasse in 1966 en afdelingskampioen van de eerste (hoogste) klasse in 1973.

(Uit: Leiden zoals het was – De geschiedenis van de 20ste eeuw – deel 15 – Sporters en hun clubs)

Cor Pennenburg, defensiespecialist: ‘Stevig, maar fair’

Via, via verkaste Cor Pennenburg op 18-jarige leeftijd naar Roodenburg. De club speelde haar laatste seizoen in de Leidse Hout. Een prachtig complex en een uitstekende grasmat. ,,Ja, dat had wel iets”, weet hij, ,,die zittribune, deels overdekt en de staantribune aan de lange zij. Roodenburg was toen een grote club met maar twee velden. Dat was daar niet vol te houden.”

Met een schaterlach herinnert Cor zich hoe een snelle maar lichte buitenspeler hem slim wilde passeren en na een faire schouderduw op de sinterbaan belandde. Ovaties van de supporters. Met het woordje ‘fair’ rekent Cor meteen af met al die leden die hem ‘een ordinaire schopper’ noemden. ,,In mijn hele carrière ben ik nooit tegen een gele of rode kaart aangelopen”, wil hij genoteerd zien. ,,Ja, ik was een felle donder, stevig, maar altijd eerlijk. Ik zou niemand het ziekenhuis in willen schoppen. Ben je bedonderd! Het gaat er negentig minuten stevig aan toe; daarna geef je elkaar de hand. Zo keek ik tegen het spelletje aan.”

,,In mijn hele carrière ben ik nooit met een gele of rode kaart bestraft”

Over trainer Pim van der Meent. ,,Een beest”, zo noemt Cor Pennenburg zijn toenmalige trainer. ,,Die man liet je maar rondjes lopen en stuurde je de Leidse Hout in.” Om te voorkomen dat hij na zo’n looptraining op zou zijn, ging Cor rustig aan de wandel buiten het zicht van Pim. ,,Ik bewaar goede herinneringen aan Pim. Bij hem moest de beuk erin en dat is bij mij niet tegen dovemansoren gezegd. Ik hield nu eenmaal van mannelijk voetbal, uitdelen, ontvangen en niet zeuren.”

Over Mat Keereweer zegt Cor: ,,De beste keeper die ooit onder de lat stond bij de blauwzwarten. Hij had geen handen, hij had kolenschoppen. Mat kon een bal met een hand uit de lucht plukken. Dat heb ik zelden door keepers zien doen.”

(Uit ‘Helden van de groene velden’ – Leiden Amateur Voetbal)

Zomaar een maandagmorgen bij Roodenburg

Praten over toen en nu:

  • ,,Pim van der Meent heeft in de korte tijd dat hij hier trainer was veel tot stand gebracht. De organisatie werd gestroomlijnd, geprofessionaliseerd en de dames van de eerste elftalspelers werden meer betrokken bij het wel en wee. Pim was een goeie, ook voor de sfeer.”
  • ,,Nee, bij Roodenburg is er nooit een rooie cent aan de spelers betaald. Of toch, bij een kampioenschap kregen we allemaal tweehonderd gulden. Daar heeft iemand toen een pak voor gekocht, Nooit gedragen. Haha.”
  • ,,Om lid te worden moest je 10 jaar zijn, maar meestal werd er gesmokkeld. Zo konden 8-jarigen toch voetballen.”
  • ,,Van groenteboer Henk Prins kregen spelers weleens een zak sinaasappels of peren, en Koos Sierat van de koffietent aan de Haven gaf ze vis en eitjes. Daar was voorzitter Henk Uiterdijk eigenlijk fel op tegen, hij wilde het voetbal zuiver houden.”
  • ,,Van 1948 tot 1958 was de toneelclub van Roodenburg erg actief met kolderstukken als Amor in het kappershuis, Het wereldwonder en Opa ziet spoken. Echte kluchten, dijenkletsers. Men lach blauw van de Opera Eulalia. Wat is er gelachen om Neeltje Bonnet, Dries en Joop Gijzenij, Doortje Fakkel en Lenie. Tijdens het 50-jarig bestaan in 1977 werd Gevaarlijk snoepgoed, gevolgd door nog een stuk of 10 toneelstukken. Daarna was het afgelopen.”

Een grote familie bij Roodenburg, zomaar op een maandagochtend..

  • Bij Roodenburg is er altijd meer te doen dan alleen voetbal’. Van links naar rechts: Trudy Ooijendijk, Cees Mentink, André Ooijendijk, Hans Budding, Nico van Es, Yvonne Verver, Sari Barends, Corrie van Es, Bram de Roode en Hans Verver.

Louis de Bolster: ‘Je deed alles voor de club’

Toen Louis de Bolster hoofdpersoon was van de rubriek ‘Helden van de groene velden’ – vertelde hij: ,,Roodenburg speelde op het landje van groenteboer Beij. Dat lag tussen de Hoge Rijndijk en Kanaalweg. Van een kantine en kleedkamers was geen sprake, verkleden deden we ergens in de keuken en daar was ook een soort douche, waar je gebruik van kon maken wanneer je er erg smerig uitzag.”

Die Beij had ook blauwzwartbloed door de aderen vloeien. Wanneer er uit gespeeld moest worden, reed hij de mannen met de groentekar naar bij voorbeeld Zoeterwoude, Alphen aan den Rijn. Bij slecht weer werd er onder een zeil beschutting gezocht. ,,Daar lagen ook nog appelen en peren”, lacht De Bolster, “die aten wij gillend van de lach smakelijk op.”

De op het moment van het interview 92-jarige ras-Roodenburger had tot zijn 45ste de clubkleuren gedragen, met verve. Vervolgens ging hij ‘van alles’ voor de club doen. Het clubblad was zijn grote liefde, hij verzorgde het technische gedeelte. Hij wist van wanten, de leerling letterzetter werd typograaf, een meester in zijn vak. Was het clubblad eenmaal gedrukt (‘gestencild’), moest er bijgesneden, gesorteerd, geniet en gevouwen worden. Ook de wedstrijdblaadjes werden door hem gedrukt. Louis, als een echte De Bolster, ging bij alles wat hij deed voor een negen. Met minder nam hij geen genoegen.

Een trainingspak heeft Louis de Bolster nooit gehad, wel voetbalschoenen, één paar. Om er zeker van te zijn of een wedstrijd doorging, fietste hij naar ’t Gangetje. Daar hing een kastje met achter glas het programma van die dag, een blaadje bevestigd met punaises. Andere tijden? Ja zeker!

(Uit ‘Helden van de groene velden – Leiden Amateur Voetbal)

Louis en Truus de Bolster samen op de bank

 

Staand van links naar rechts: Jan van Wezel (leider), Rob Brittijn, Hans Tisseur, Sam van Os , Cor Penningburg, Mat Keereweer, Maarten van Kooperen, Hans Hannaart, P. Smits (trainer). Zittend van links naar rechts: Aad de Groot, Peter Siere, Cees de Roode, Bier Verkuylen, Hennie de Kler, Peter Boom, Isaac Klinckhamer

 

Promotie 1ste klas KNVB 8 mei 1966. Staand van links naar rechts: H. Choufour, B. de Jong, H. Hensen, J. Coert (grensrechter), H. de Klerk, I. van Weerlee, A. Ooyendijk, H. de Vos (trainer), C. van Leeuwen; gehurkt van links naar rechts: M. van den Broek, J. den Os, A. Heijmans, M. de Vos, E. de Jong.

Foto’s: J.P.Kranenburg en uit het rijke archief van Roodenburg!

Gerard Bol artikel
Brasserie meelfabriek