Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Welkom in de kelder van het amateurvoetbal………….……..(column)

Onlangs verscheen in het Leidsch Dagblad en op LAV een interview met Neal Petersen, speler van het Leidse LSVV 70, waarin hij zijn ongezouten mening gaf over de huidige ontwikkelingen in de kelder van het amateurvoetbal. Hij stelde dat verenigingen, spelers en trainers, zeker gelet op het niveau van de 4e klasse waarop LSVV 70 uitkomt, aan het doorslaan zijn en sloot het interview af met de opmerking dat hij het voetbal op deze manier niet meer leuk vindt.

In het interview refereert Petersen aan zijn actieve periode bij de FC Groningen en vv Noordwijk, toevallig dezelfde periode dat ik zelf nog actief was op dit niveau. Terecht constateert hij dat clubs uit de kelder van het amateurvoetbal zich in die tijd niet bezig hielden met het aantrekken van spelers, het organiseren van trainingskampen en het houden van ellenlange wedstrijdbesprekingen en dat het gedrag van spelers en begeleiding bijzonder correct was.

Er is echter inmiddels veel veranderd in voetballand en eens te meer blijkt dat Rinus Michels, voormalig bondscoach van het Nederlands elftal, zijn tijd ver vooruit was. Hij maakte geen onderscheid tussen betaald voetbal, amateurvoetbal, prestatiegericht voetbal of recreatievoetbal toen hij  in de jaren 80 aan het begin van een interview de legendarische woorden; ‘voetbal is oorlog’ uitsprak .

Brasserie buitenhuis
Voorthuijzen artikelbanner
Knijnenburg artikelbanner
Rabobank artikelbanner

Heden ten dage kan de conclusie getrokken worden is dat ook in de kelder van het amateurvoetbal presteren voorop staat en de olympische gedachte dat meedoen belangrijker is dan winnen is afgedaan. Teams met echte liefhebbers, die de focus gericht hebben op het plezier in het voetbal, lopen hier in de standaardcompetities tegen aan.

Diverse ontwikkelingen, zoals de omslag van zondagverenigingen naar het zaterdagvoetbal hebben deze prestatiegerichtheid in gang gezet. Voormalige zondagverenigingen die over stappen naar de zaterdagafdeling, de afgelopen jaren veelvuldig voorgekomen in West 2, moeten onderaan de ladder beginnen. Daarnaast hebben een groot aantal verenigingen naast hun zondag afdeling nu ook een team voor het zaterdagvoetbal ingeschreven, veelal met het oogmerk deze door te laten groeien naar een hoger niveau om dan (indien gewenst) alleen als zaterdagclub verder te gaan. Uit alles blijkt dat men ook op dit niveau steeds meer is gericht op prestatievoetbal.
Mede vanwege de prestatiegerichtheid  hebben verenigingen er bij de KNVB aangedrongen om een 5e klasse te realiseren voor standaardteams die momenteel wel deelnemen, maar wekelijks tegen grote nederlagen aanlopen, dan wel nagenoeg puntloos het seizoen afsluiten. De competitie wordt daardoor spannender en er wordt serieuzer prestatievoetbal gepleegd.

Petersen geeft in zijn interview aan dat we daarin doorslaan. Voorop gesteld; ik houd geen pleidooi voor het aantrekken en betalen van spelers, ik ben met hem van mening dat de rol van trainers met trainingskampen en ellenlange wedstrijdbesprekingen erg overtrokken wordt en ik ben het volledig met hem eens dat het gedrag, handelen en inzet van spelers en begeleiding zijn grenzen heeft, alsmede dat het constante commentaar van spelers en begeleiding  op de leiding moet ophouden.

Petersen refereert er aan dat Aarlanderveen hierin de grenzen ruimschoots overschrijdt. Hij adviseert om meer aandacht te besteden aan de ontwikkeling van de eigen jeugd. Dat is een mooie gedachte maar de realiteit is dat veel (kleine) verenigingen hun talentvolle jeugdspelertjes naar een van de ‘grotere’ clubs jeugdopleiding uit de regio gaan, waardoor de doorstroming van de jeugd naar de senioren stagneert. Nogmaals; ik praat het niet goed, maar om als dorpsclub te overleven, de jeugd te kunnen laten doorstromen naar een team dat niet alle wedstrijden met grote cijfers weggespeeld wordt, worden ook op dit niveau spelers (al dan niet tegen betaling) aangetrokken.
Het is bekend dat een kleine verenigingen veel financiële steun ondervinden van een sponsor. Vaak wil of heeft de sponsor dan ook een dikke vinger (misschien wel een hele hand) in de pap bij de betreffende vereniging. De vraag is dan of je daar als club op de lange termijn beter van wordt.

In veel gevallen zitten er bij clubs uit de 4e klasse overgekwalificeerde trainers op de bank. Omdat de doelstelling van de meeste verenigingen  een periode, een kampioenschap en/of promoveren is, haalt die trainer alles uit de kast om zijn opdracht, te bereiken. Ook voor hem geldt dat hij wil presteren om een resultaat op zijn CV te kunnen zetten wat hem kansen biedt binnen de arbeidsmarkt voor trainers. Daar heb ik geen moeite mee, wel met het feit dat nog steeds tientallen gediplomeerde trainers zonder club thuis zitten terwijl er verenigingen zijn die een ongediplomeerde trainer aan het roer zetten en een gediplomeerde trainer tegen een kleine vergoeding als stroman gebruiken. Vaak liggen financiële motieven hieraan ten grondslag, maar toch heb ik hier mijn vraagtekens bij.

Petersen zegt in het interview: ‘ken je plek’. Gelukkig heb ik meerdere ervaringen met verenigingen die bij LSVV’70 uitkomen in de 4e klasse waar men haar plek zeker kent. Mijn ervaring is dat de meeste clubs geen gekke dingen doen en het doen met spelers van de eigen vereniging. De verregaande ontwikkelingen die bij Aarlanderveen (naar zeggen) plaats vinden zijn, zo is mijn ervaring, is eerder een uitzondering dan regel.

Er zijn duidelijke verschillen in de benadering van het voetbal  tussen LSVV.70 en (in dit geval) Aarlanderveen. Ik heb zowel LSVV’70 als Aarlanderveen de afgelopen seizoenen meerdere keren gefloten en denk beide teams dus goed te kennen. Twee compleet verschillende teams. LSVV’70 met veel spelers die voetbaltechnisch goed onderlegd zijn is een team dat vooral voor haar plezier wil voetballen. Een team wat graag wil winnen maar ook goed kan relativeren dat voetbal op dit niveau geen volle stadions trekt en dat verliezen tot de mogelijkheden behoort.
Aarlanderveen daarentegen was jarenlang het lelijke eendje van de 4e klasse. Vorig seizoen hebben zij de promotie op een haar na gemist en nu staat er een team dat met veel inzet en veel spelers van buiten het dorp gebrand is op succes. De club heeft talentvolle spelers (gehaald) die allen op een hoger niveau hebben gespeeld maar nog ambitie hebben om met de club hogerop te komen. Alles is gericht op presteren.

Deze drive en motivatie kan wel eens de oorzaak zijn van het onacceptabele, overdreven en niet goed te praten gedrag van sommige spelers en de assistent-scheidsrechter. Ik kan me voorstellen dat het achterwege blijven van ingrijpen door de scheidsrechter tot irritatie en zelfs tot blessures kan leiden. Talentvolle jonge scheidsrechters worden afgewisseld met ervaren en gekwalificeerde arbiters. Maar ook scheidsrechters , zowel jong als oud, van een minder niveau worden in deze klasse aangesteld. Het kan er toe leiden dat spelers en begeleiding de grenzen van het toelaatbare opzoeken en soms overschrijden. Het laatste is absoluut niet acceptabel, maar de realiteit leert dat dit ook voorkomt bij voetbal in de kelder van het amateurvoetbal.

We moeten constateren dat de ervaringen van Petersen zich helaas in alle geledingen voordoen, ook bij de topamateurs (als we die nog amateurs kunnen noemen).
En in de lagere klassen, het recreatievoetbal, worden dan weliswaar geen spelers aangetrokken, maar lopen nog steeds niet gerechtigde spelers rond (geschorste spelers of spelers die geen lid van de club en/of KNVB zijn). Ook hier wordt commentaar geleverd op de leiding en gaan spelers over de schreef, van overtredingen tot aan vechtpartijen aan toe.

De hamvraag is natuurlijk of deze ontwikkelingen een afspiegeling zijn van de maatschappelijke ontwikkelingen. Immers alles heeft zijn prijs, mensen worden steeds mondiger, assertiever en burgerlijk ongehoorzamer. Of verschuilt iedereen zich de voetbalwereld achter de woorden van  wijlen Rinus Michels en brengen zij zijn woorden wekelijks op alle niveaus in de praktijk. Helaas is het laatste waarschijnlijker, vooral omdat Michels het interview afsloot met de woorden: ’In liefde en oorlog is alles geoorloofd’.

Note auteur: LAV berichtte dat de wedstrijd LSVV’70-SJC afgelopen weekend uitermate sportief verliep en de lach op het gezicht terug bracht bij LSVV.70. En ook Aarlanderveen liet zich nu kennelijk van een andere (betere) kant zien. Het AD noemde de  wedstrijd Floreant-Aarlanderveen namelijk reclame voor het amateurvoetbal.

 

2 Comments

  1. WvT

    30 oktober 2018 at 10:59

    De laatste zin uit het AD is het mooiste regel uit dit geschreven stuk. Lsvv heeft gewoon een verdiend pak slaag gehad, dat heb je nou eenmaal op die leeftijd Neal.

  2. Robert de groot

    31 oktober 2018 at 06:58

    Bij LSVV moeten ze is kritisch in de spiegel kijken. Een grote mond via Twitter en dan zielig doen op LAV vooral die Neal. Als er een iemand zuigt en je het bloed onder de nagels vandaan haalt is hij het om dan nog maar te zwijgen over de geweldige jeugdopleiding van LSVV. Trainers van vv leiden en Wassenaar inclusief wedstrijdseretaris worden afgemaakt op Twitter omdat niet gaat zoals het “sympathieke” LSVV het wil….

    Op zich een goed geschreven stuk maar de spiegel voor LSVV mag er wel in hard roepen als een stel verwende kleuters maar niet naar hun eigen gedrag kijken! Als een speler veel spelers hun eigen risico heeft gekost is het Neal Petersen wel…