Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Column: Betrapt…

Wat een zonovergoten zomer hebben we achter de rug, en zo lang ook. Elk jaar denk ik in de vierde week van mijn lange zomervakantie, nog maar twee weken te gaan. En ja, dat klinkt ondankbaar, maar ik ben gewoon mijn ritme kwijt. Tenminste ik heb jaren gedacht, dat het daaraan lag. Tot vorige week zaterdag. RCL speelde die dag haar eerste bekerwedstrijd, mijn jongste ook, alleen doet hij dat in de A-junioren. Toen ik mijn fiets naast veld 2 parkeerde, maakte mijn hart een sprongetje. Niet dat ik normaliter geen gelukkig mens ben, zeker niet. Maar die zaterdag werd ik voor het eerst blij van de geur van kunstgras. Van rubber dus, van warm rubber. Het moet niet gekker worden. Ik rook het, en ik werd er echt blij van. Jarenlang heb ik geroepen dat voetbal samenhangt met de geur van gras, echt gras. Het liefst nat en modderig. Van zeiknatte Copa Mondials die te lang in je tas hebben gezeten en muffe scheenkappen. En nu dit: blij worden van de geur van kunstgras. Betrapt.

Ik voelde me oprecht nog gelukkiger dan anders. Ook door de veteranen die wederom met een torenhoge score hun eerste duel hadden gewonnen en dit als blije kinderen ten toon spreidden. Vergezeld met een paar pitchers bier aan een prachtige RCL-stamtafel. Door de jongens van het vlaggenschip die enthousiast reageren op je aanwezigheid en uitkijken naar een mooie competitie en ook door de opkomst van ouders en grootouders, bij de eerste bekerwedstrijd van de A2.

Nou moet ik het natuurlijk niet mooier gaan maken dat het is, wat ’s ochtends om 11 uur hoor ik mijn jongste opeens zeggen: ‘mam, we kunnen wel naar Den Haag hoor maar ik speel vanmiddag beker en heb nog geen tenue’. Nou is dat laatste zo gek niet, want na een honkbal carrière is hij in drie seizoenen van ASC, via Meerburg bij RCL beland. Het moet niet gekker worden dat hij straks nog meer clubs dan zijn moeder heeft aangedaan. Maar zeg ik hem toch: ‘Nou je bent lekker met je wedstrijd bezig zeg?!’.

Knijnenburg artikelbanner
Brasserie buitenhuis
Voorthuijzen artikelbanner
Stadsbrouwhuis Leiden artikel

Als ik krap 3 uur later bij Sport 2000 sta voor dat nieuwe tenue, tref ik daar twee basisspelers van de roodwitten en ben ik blij dat de jongste ondertussen scheenkappen en schoenen aan het halen is bij zijn vader. Want de mannen passen schoenen en ik slik bij het zien van de fonkelnieuwe Nikes, mijn woorden ‘daar moeten eerst een nacht natte kranten in hè’ worden nauwelijks gehoord. Want ik weet dat die tijd passé is. Net zo passé als de geur van echt gras. Maar zoals alles, weet ik nu ook dat dat gevoel voorbij gaat. Want immers, diezelfde middag werd ik blij van de geur van kunstgras. Dus die Adidasjes van vroeger zullen ooit ook wel uit mijn systeem verdwijnen.

Na de kickoff in de Stadsbrouwerij van afgelopen vrijdag met een deel van het LAV-team weet ik dat we er weer helemaal klaar voor zijn. Een hele avond gevuld met voetbalpraat. Over velden die na drie dagen regen volgend op een tropische zomer toch bespeelbaar blijken te zijn. Over elftallen die nog lang niet compleet zijn door ellendige blessures en late vakanties. Over clubs die compleet uit hun voegen zijn gegroeid en het gebrek aan vrijwilligers. Over uitpakken met een jubileum en 4 oktober wat goddank dit jaar op een donderdag valt. Maar ook over co-ouderschap, gezondheid en wat we doen als we niet met voetbal bezig zijn omdat de schoorsteen ook moet roken. Met een jeugdige uitbereiding van onze redactie die dit weekend met verve een verslag van LSVV’70-Sporting Leiden schreef en uiteraard met de nodige kleedkamer opmerkingen variërend van ‘gier’ tot ‘ben jij nou zo afgevallen joh, ik denk toch gauw een ons of vier’.

Toen ik tussen de buien door droog overkwam naar huis, betrapte ik mezelf erop dat die ellenlange vakantie ook dit gemis met zich meebrengt en dat de stress van het niet kunnen bereiken van spelers bij het schrijven van een belverslag, of het maken van ruim 600 foto’s waar er dan 7 mooi van zijn, niet opwegen tegen het deel mogen uitmaken van LeidenAmateurVoetbal-team en de trots die je kan voelen voor een team van gepassioneerde voetballiefhebbers. Dat de barman zichzelf betrapt op zes keer ‘heren, willen jullie nog wat drinken’ maakt voor mij op zo’n avond echt helemaal niets meer uit. Kom maar op met dat seizoen!