Sleutelstad
Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Voor altijd een beetje Kees Botermans

Kees Botermans vond het telkens wel weer vermakelijk. Die ballen van LSVV’70. Als op een woensdagavond tijdens de training de onkunde van de studenten weer in de praktijk tot uiting waren gekomen en de ballen over het vangnet in de struiken waren beland. De spelers gingen zoeken, maar dikwijls was er in het donker geen beginnen aan. Helaas, dan maar met een balletje minder van het trainingsveld af.

Met grote regelmaat stond Kees Botermans enkele dagen later op de zaterdag ons met een glimlach op te wachten. Met onder zijn rechterarm: de bal die kwijt was geraakt. ‘Hier jongens, deze hebben we weer ergens gevonden, en ja, hij moest wel van jullie zijn…’ Er volgde dan steevast een luide lach van de clubman van Lugdunum. Een stukje studentikoos gedrag zorgt ervoor dat op elke bal het mannelijke geslachtsdeel staat getekend. Voordeel is dat de bal eenvoudig traceerbaar is, maar het zorgt vaak ook voor verbaasde blikken bij de scheidsrechters van de KNVB als ze om een wedstrijdbal vragen. Niet veel later moesten ze dan toch met een serieus gezicht met de betreffende bal onder de arm het veld betreden.

Kees was het allemaal allang gewend. Hij kon de flauwe humor wel plaatsen. ‘Een vrouw bracht die bal bij me terug, ja jongens, die zal ook wel hebben gedacht: wat heb ik nou weer in mijn handen…’ Kees had een feilloos gevoel voor humor. Alle leden van LSVV’70 hadden een zwak voor hem. Lugdunum was zijn club, maar hij voelde voor ons allemaal ook een beetje als een LSVV-man. Immer positief, altijd op zoek naar warmte en gezelligheid, en bovenal het amateurvoetbal niet te moeilijk maken.

REM artikelbanner
Brasserie buitenhuis
Rabobank artikelbanner
ALV artikelbanner

Hij was geliefd, bij iedereen. Twaalf jaar heb ik het als speler en trainer van LSVV’70 mogen ervaren, daarin ook drie jaar als jeugdtrainer en jeugdcoördinator bij Lugdunum. Als mijn jongens van de D1 van Lugdunum weer eens waren weggetikt door te behendige jochies uit Katwijk, was de teleurstelling voelbaar. Bij de jongetjes, die baalden van de dikke nederlaag, of sommige ouders, die het allemaal iets te serieus namen. Voor mij was Kees steevast een baken van rust en optimisme. ‘Jongens, jullie hebben hartstikke goed je best gedaan!’, klonk het dan uit zijn mond. Hij was een verademing, wist te relativeren. Een steeds meer zeldzaam goed binnen het te prestatieve jeugdvoetbal.

Kees voetbalde op late leeftijd rustig door, hield alles in de gaten, had voor iedereen tijd, maar stelde zichzelf nooit op de voorgrond. Bij veel clubs zijn de clubmannen tegelijkertijd een loden last. Ze vinden dat ze een bepaalde voorkeursbehandeling behoren te hebben, zijn dikwijls wat verbitterd, want volgens hen was vroeger alles beter. Kees was een clubman, zelfs meer dan dat, maar moest daar niets van hebben. Hij ging mee met de tijd, maar bleef ook zichzelf. Een vrolijke, positieve, warme man.

Afgelopen donderdag kwam plotseling het bericht binnen dat Kees is overleden. De eerste reacties waren bij veel leden van Lugdunum en LSVV’70 vergelijkbaar. Een voetbalzaterdag zonder Kees Botermans is geen echte voetbalzaterdag meer. We gaan hem ontzettend missen, maar koesteren alle mooie herinneringen aan hem. En hij laat iets na, iets tastbaars, iets waar niet alleen Lugdunum of LSVV’70, maar elke amateurclub dringend behoefte aan heeft. Heb tijd en aandacht voor elkaar, maak plezier en laat het optimisme de basis zijn van alles. Kees, dankjewel!