Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Oude clubheld Dick Bonnet: ,,Bij Lugdunum ving ik 2 gulden 50 per wedstrijd”

Brasserie VIS artikelbanner
Rumling bouw artikel

Oude Clubhelden (seizoen 2018-2019, deel 1)- Dick Bonnet (1935) was in zijn werkzame leven boekhouder. Geen wonder dat hij zijn vader opvolgde als penningmeester bij Roodenburg. ‘Pietje Precies’ werd hij genoemd. De cijfertjes moesten kloppen. Dat de in de Leidse Oosterstraat geboren schatbewaarder werd gevraagd zitting te nemen in de Archief Commissie van de club uit Leiden Noord, is minstens zo logisch. Dick koestert namelijk het verleden, hij weet er smakelijk en gedetailleerd over te vertellen.  Hij heeft zich terdege voorbereid op het interview met LeidenAmateurVoetbal. Stapels foto’s, knipsels en plakboeken liggen klaar. Ze vertellen en onderbouwen zijn zo abrupt geëindigde voetbalcarrière, die begon bij Lugdunum en tot en met het vlaggenschap van Roodenburg reikte.

• ‘Bewijs’! In deze loonzakjes kreeg Dick Bonnet bij Lugdunum 2 gulden 50 per wedstrijd uitgekeerd.

Hij zit te glimmen, terwijl zijn goedlachse Ida al bij voorbaat zit mee te genieten. Dick haalt trefzeker twee loonzakjes op miniformaat uit de berg geschiedenis.  ,,Kijk eens”, lacht hij, ,,in deze zakjes kreeg ik 2 gulden 50 per wedstrijd uitbetaald. Toen was ik Kikker, ik speelde bij Lugdunum.” Nu wordt er gelachen om een dergelijk ‘bedrag’, het snoepgeld van een kind. Maar toen, toen was het een flinke aanvulling op de 90 cent die hij, de eerste twee maanden als dienstplichtig soldaat per dag ontving. ,,Met die rijksdaalder werd mijn financiële positie meteen een stuk zorgelozer.”

Dan vertelt hij dat Lugdunum toendertijd – eind jaren ’50 van de vorige eeuw – serieus overwoog om UVS in het betaalde voetbal te volgen. ,,Daar is toen over vergaderd in de Burcht. Nee, niet in het café aan de Nieuwe Rijn, maar in de grote zaal, weet je wel.” De opkomst was groot, de discussies verhit, de uitslag glashelder: ‘we doen het niet’. Een verstandige beslissing, als men bedenkt hoe UVS door het betaalde voetbal-avontuur in de financiële merode raakte. ,Je moet er toch niet aan denken dat je voor uitwedstrijden vroeg vertrekt, laat thuiskomt en bij verlies een fooi in je handen gestopt krijgt.”

Sepa green artikelbanner
Stadsbrouwhuis Leiden artikel
Brasserie buitenhuis
Geco artikelbanner

Kraamkamer

Jeffrey van As, Wout Holverda, Ron de Roode, Marcel Valk, Glenn Helder, Hennie de Romijn,  Wim Rijsbergen, Bert Jansen. Ze hebben allemaal voor Roodenburg gevoetbald. De club bleek een kweekvijver (“Een kraamkamer”, lacht Bonnet), waar talenten werden ontwikkeld en eenmaal tot wasdom gekomen, elders furore maakten.  Ze spreken nog steeds tot de verbeelding.

Tevergeefs zal gezocht worden naar de naam Dick Bonnet. Een uitstekende teruggetrokken back, ook inzetbaar op het middenveld. Een sportman, maar geen speler die met de ambities alles opzij te willen zetten, in de hoop door te stoten naar hogere regionen. Per week trainde Dick twee avonden, tot zijn 19e bij Lugdunum, daarna bij Roodenburg, een avond reserveerde hij om te  volleyballen bij HVL en in latere jaren bij WVC (met Ben de Ruijsscher, de latere jeugdvoorzitter van UVS), daarnaast bikkelde hij bij onderwijsinstituut MEAB voor zijn boekhouddiploma.  Oh ja, Bonnet heeft ook nog gekorfbald. Sportief is hij dus van vele markten thuis.

Van Lugdunum somt hij namen-van-toen moeiteloos op:  keeper Oudshoorn, spits Jan Verhoeven (“Jan met de handjes, hij liep altijd aan shirts te trekken”) en de familie De Roo, vooral Domien.

• Lugdunum Aspiranten A, Kampioen 1950-1951. Staand vlnr: H. Born, Toon Siere, Gé Ouwerkerk, A. de Bruijn, Henny Bekkering, Anton Scheepstra, Cokkie Boot, P. van Staden; gehurkt vlnr: Bert Landesbergen, Jan Teeuwen, Theo Piket; geknield vlnr: Jan Riethoven, Jan de Bruijn, Dick Bonnet.
Wie weet de ontbrekende voornamen? Laat het weten.

 

 

Toneelclub

Intussen heeft fotograaf Johann Kranenburg een een-tweetje met Ida. Zij vertelt zo veel plezier beleefd te hebben met de toneelclub van Roodenburg, die elk jaar een blijspel opvoerde. ,,In een stuk speelde Joop Verver Sinterklaas, ik ging op zijn baard zitten die er toen afviel, de zaal lag dubbel.”

Waarop Dick weet te vertellen dat zijn vader ook een keer een rolletje had, met weinig tekst, een zinnetje: ‘De taxi staat voor, meneer’:  ,,Hij kwam op, zag de volle zaal en was op hetzelfde moment de tekst kwijt, dat kun je niet bedenken.”

In een van de plakboeken is de volgende herinnering van ‘acteur’ Joop Verver te vinden:  ,,Een bedscène van Mat Verver met Ida. Een scène waarin Ida op een  gegeven moment uit haar tekst stapt en heel droogjes opmerkt ‘eigenlijk zouden we het echt moeten doen’, hetgeen natuurlijk voor lachsalvo’s zorgt. ,,Hoewel het beschreven staat, klopt dit verhaal niet”, aldus Dick.

,,Dicks moeder Neeltje en Mat Verver hebben, zeker wat de humor betreft, de meeste indruk gemaakt”, wordt er in de Roodenburgse toneelkringen gezegd. Anderen roemen het spel van Hans de Graaf, Lydia Slingerland en Cor Coster.

Doorgaans begonnen de repetities zo’n maand of 7 voor de uitvoering. Er werd gerepeteerd bij de spelers thuis en ook wel in een ruimte beschikbaar gesteld door Henk de Bolster, die werd geregeld door Dick.

De toneelclub werd in 1977 opgericht  en ging eind jaren ’80 ter ziele. De reden? Een aantal spelers was op een gevorderde leeftijd gekomen, jongeren konden steeds moeilijker tijd vrijmaken om te repeteren. Op 25 mei 2002, ter gelegenheid van het 75-jarig bestaan van Roodenburg, vond er nog een uitvoering plaats, getiteld ‘Een beeld van een man’, gespeeld in het Muzenhof te Leiderdorp.

• De cast van ‘Gevaarlijk snoepgoed’, een klucht in 3 bedrijven: Staand vlnr: I. Coster (regisseur), Joop Verver, Cor Lens (adviezen), Sam Fuchs, Mat Verver, Ida Bonnet, Bert Verver. Zittend vlnr: Neeltje Bonnet (de moeder van Dick), Lenie Lens, Corry Verver, Bel Vijlbrief (souffleuse), Cor Coster.

 

Henk de Bolster

De naam van De Bolster is gevallen. Dick heeft daar 22 jaar als boekhouder gewerkt. Henk heeft veel betekend voor de amateurclubs in  Leiden. Er werd vaak een (financieel) beroep op hem gedaan. Zelden tevergeefs.

,,Ik keek vanuit mijn kantoor op de Admiraal Banckertweg en zie iedereen aan- en langskomen. Zo ook Flip Massaar. Op de fiets, met een sigaartje in zijn hoofd. ,,Heh juh, is Henk urrr, ik mot hem effe hebben”, klonk het dan. Wanneer Henk in bespreking was en hoorde waar het geld voor nodig was, mocht ik 500 gulden geven. Een heel bedrag, voor die tijd. Maar Henk mocht Flip graag, ook wist hij dat het geld nodig was en goed besteed zou worden.”

Er zijn meer ‘suikerooms’ in de Sleutelstad. Waar ondernemend Leiden het dikwijls laat afweten, zijn er gelukkig lieden als De Bolster en Tom Holswilder van Koetshuis De Burcht , die de portemonnee willen trekken.

‘Terrrug, jij, terrrug’

Bij Roodenburg hebben meerdere trainers een ‘behouden’ speler van Dick gemaakt. Graag zou hij op avontuur zijn gegaan, met  lange passen opstomen naar de achterlijn van de tegenstander en vandaar de bal loepzuiver voorgeven. Een beetje á la Wim Suurbier deed. Dat vinden de liefhebbers mooi. Dat was er niet bij. Bonnet, een gedegen verdediger, diende in zijn gebied te blijven. Zodra het er naar uitzag, met de bal aan de voet, dat hij het voortouw zou nemen en hij de middenlijn naderde, werd er al geroepen ‘terrrug, Dick, terrrug’. En wat doe je dan wanneer aanvoerder Piet van Polanen, die  stopperspil  stond, zo’n kreet over het veld laat  schallen? Je gaat terug.

• 1 juni 1958 – Roodenburg kampioen 3e klasse. Staand vlnr: Henny Choufour, Lau Zitman, Aad van Ginkel, Frans Logeman, Koos van Weerlee, Piet van Polanen, Henny Hensen, Jan van Heek, Henk de Romeijn, Theo Guldemond, Herman Stol (leider); gehurkt vlnr: Cees Matla (trainer), Dick Bonnet, Mat Keereweer, Arie Fasseur, Bart Ouwerkerk, Dries van Roijen, Isaac van Weerlee.

Er waren en zijn coaches die het liefst een stuk of 5 spelers – als een Engelse dubbeldekker  voor het eigen doel parkeren, zo bang om te verliezen.

Bonnet voetbalde in de tijd dat er nog geen spelers gewisseld mochten worden. Ja, alleen bij blessures was een invaller toegestaan. ,,Van Polanen liet zich op een gegeven moment wisselen”, vertelt Dick, ,,hij strompelde van het veld, maar bleek eenmaal buiten de lijnen niets te mankeren. De scheidsrechters maakte geen stampij, hij mompelde iets van: ‘Het zal wel de ouderdom zijn’.  Op zijn wijze heeft Piet bijgedragen aan de wijziging van die spelregel.”

Ook herinnert de technisch vaardige voetballer van weleer zich dat er de nodige consternatie ontstond voor de wedstrijd Roodenburg tegen Quick Boys, in het kader van het Zilveren Molentoernooi in 1957. ,,Tijdens het verwisselen van een gasfles in de LFC-kantine ontstond er brand. De kantine vloog in brand en wij konden de kleedkamer alleen verlaten via de kantine, omdat alles verder afgesloten was en er tralies zaten aan de kant van het voetbalveld. Een paar sterke spelers hebben toen de ramen uit het waslokaal getrokken en zo konden wij via de achterzijde de kleedkamer verlaten.” De wedstrijd is die avond niet gespeeld, maar later in het toernooi.

• 1965. Prachtige rode shirts met witte V. Vlnr: Karel van Eijgen (grensrechter), Arie Fasseur, Piet van Polanen, Theo Guldemond, Henny Hensen, Jan van Groeningen, Dick Bonnet, Isaac van Weerlee, Ger Abrahams, Henny Choufour, Dries van Roijen, Koos van Weerlee.

Het einde

Er kwam  een onverwacht einde aan de voetballoopbaan van Dick Bonnet. De trainer had de rechtsback uit tactische overwegingen op links gepositioneerd. Daar kon hij de tegenstander mooi op het verkeerde been zetten en met zijn sterke rechter aanvallers de vuurlinie insturen. Bij de voorbespreking klopte alles op het bord met de magneetjes. Maar het liep mis. Bij een sliding met zijn rechterbeen verdraaide Dick zijn knie. In het ziekenhuis werd hij opgelapt, maar er traden complicaties op, zoals infecties. Met als gevolg dat Bonnet zijn knie niet meer kan buigen. Hij stroopt de broekspijp op en laat een litteken van minstens 10 centimeter zien. ,,Dat ziet er niet vrolijk uit, Dick, doet het nog  pijn?” vraagt Kranenburg belangstellend. ,,Ja, alleen als ik lach.”

Om er meteen een grap tegen aan te gooien: ,,Een voetballer ligt in het ziekenhuis, vrij ernstig. Hij vraagt aan de dokter of er in de hemel ook gevoetbald wordt. Het antwoord is ja en de dokter voegt er aan toe: ,,En jij staat volgende week opgesteld.” Een beetje macaber, ja.  Dick moet lachen, grijpt naar zijn knie en roept ‘au, au, au’.

• 1966, statiefoto. Zo werden besturen in vroeger gepresenteerd. Staand vlnr: Leo Zwart,Piet van Hal, Ruud Wiggers, Ton de Roo; zittend vlnr: Rinus de Klerk, Lau Zitman (secretaris), Hen Uiterdijk (voorzitter), Dick Bonnet (penningmeester) en Daan Bonnet (vader van).

Vermakelijkheidsbelasting

Dick Bonnet is Roodenburg altijd trouw gebleven. Dat geldt voor veel meer mensen, wil hij daarbij vermeld hebben. Pa Daan Bonnet lette 20 jaar op de centjes. Toen hij terugtrad volgde Dick hem op, met de afspraak dat zijn vader 2e penningmeester zou worden. Dat gebeurde ook. Dan vertelt hij over de vermakelijkheidsbelasting  van 4% die vroeger betaald moest worden. ,,Op het stadhuis haalden we dan rollen met 100-den en 100-den entreekaartjes op en rekenden meteen de vermakelijkheidsbelasting af. Roodenburg had toen 3 kassa’s. Heel af en toe nam ik plaats in kassa 3.

,,Ja, in die tijd stond er nog een massa volk langs de lijn en gingen entreekaartjes nog in de voorverkoop, vooral bij tabakswinkels zoals Kees de Bok aan de Koorevaarstraat.”

Mooi is het verhaal van de Roodenburg-speler (Koos van Weerlee) die bij UVS betaald voetbal ging spelen. De club moest 3000 gulden betalen, maar had dat bedrag niet. Het is in orde gekomen, er werd in termijnen betaald. Toen trainer Pim van der Meent PEC onder zijn hoede nam, en Wim Rijsbergen daar een contract kreeg, moest de club uit Zwolle ook in de buidel tasten, ook 3000 gulden. Pim kwam het geld hoogstpersoonlijk brengen.

Nu kan de voormalige penningmeester ook wel zeggen: ,Toen Van der Meent Roodenburg trainde ontving hij een salaris van 700 gulden per maand.”

Er is altijd nog een ‘dingetje’ dat Dick Bonnet opgehelderd wil zien: waar is het Archief van de in 2027 100-jarige club? Er was een archiefcommissie met klinkende namen: Ruud Wiggers, Jan van Heek, Cor Labrujère, Lau Zitman en Dick.  Er waren ledenlijsten, notulen, verslagen van wedstrijden, activiteiten en nog veel meer. Dick heft zijn armen ten hemel en dan: “Het Archief moest verplaatst worden, omdat de kast waar alles lag voor andere doeleinden gebruikt ging worden. Niets lag meer op zijn plaats, het was een rommeltje. Toen was voor ons de lol er af. Door het overlijden van Van Heek en Wiggers is de commissie danig afgeslankt, het heeft er ook geen zin meer orde te scheppen.” Heel begrijpelijk.

• De oud-penningmeester van Roodenburg grasduinend door foto’s, knipsels en verslagen.
“Waar is het ‘echte’ archief gebleven?” vragen Dick Bonnet en Lau Zitman zich af.

Foto’s: Collectie Dick Bonnet

Actuele foto’s en scans: J.P. Kranenburg

• Ter afsluiting, inmiddels traditioneel: een foto bij de auto van LeudenAmateurVoetbal.

Brasserie meelfabriek
Koetshuis de burcht artikelbanner

One Comment

  1. Hans

    23 augustus 2018 at 08:11

    Leuk Dick, dat interview. Mooie verhalen zoals ik je ken.

Door de site te blijven gebruiken, gaat u akkoord met het privacy beleid Meer informatie

De cookie-instellingen op deze website zijn ingesteld op 'toestaan cookies "om u de beste surfervaring mogelijk te bieden. Als u klikt op "Accepteren" hieronder dan bent u akkoord met deze instellingen. In ons privacy beleid staat exact wat met de gegevens gebeurt.

Sluiten