Vrienden van
Leidenamateurvoetbal

Aad Fasseur: ,,Vader Daan was werkelijk een held” (Oude Clubhelden)

Dit verhaal gaat- voor het eerst in de lange rij van helden die al belicht werden in deze rubriek – over een overleden held, over Daan Fasseur.

Op dinsdag 20 februari ga ik bij Alie en Daan Fasseur langs. Om kennis te maken (“Wie krijg ik over de vloer?” heeft hij eerder gevraagd) en als het klikt om een afspraak te maken voor een interview. De 89-jarige bewoner van de Stevenshof is spraakzaam en, hoewel hij van alles mankeert, in goeden doen voor het gesprek. De thuishulp vertrekt met een ‘Tot morgen’ en twee medewerkers van ActiVite komen een apparaat demonstreren, waarmee Alie elke dag moet oefenen. Daan en ik spreken af elkaar volgende week  (27 februari) te ontmoeten. Het lijkt alsof we elkaar al jaren kennen. In de gang zegt hij: ,,Kom eens in dat kamertje kijken, daar hangt van alles over mijn tijd bij Roodenburg.”  Ik vraag of dat volgende week mag. Dat mag!

Twee dagen later belt Aad, de zoon van Alie en Daan: ,,Ik moet het interview afblazen, mijn vader is helaas vannacht gestorven.” Op de 27ste wordt er afscheid genomen van de voormalige doelman en clubbestuurder van weleer. Op de 28ste vindt de crematie in de Jan Steen Aula van Rhijnhof plaats.

Stadsbrouwhuis Leiden artikel
Knijnenburg artikelbanner
Scheffer sportprijzen artikel
Geco artikelbanner

Zwanenhuwelijk

Aad (1954) heeft een pittige functie bij Akzo Nobel, hij is druk en reist voor de zaak regelmatig naar het buitenland. Hij wil graag over zijn vader vertellen, maar heeft ‘nu even geen tijd’. Begrijpelijk. E-mails gaan over en weer. Hij schrijft dat moeder zo snel mogelijk naar een verzorgingshuis wil, dat neemt enige tijd. ,,Zijn jullie van LeidenAmateurVoetbal nog steeds geïnteresseerd in een verhaal over mijn vader?” Ja, natuurlijk.

Moeder Alie  is verhuisd, de vertrouwde kast, stoelen en foto’s zijn overgebracht naar een kamer  in Rijn & Vliet. Ze heeft het  naar haar zin. Nu kan er afgesproken worden. Enkele dagen voor het interview stuurt Aad een e-mail: ,,Gaat niet door, moeder is overleden.”

In een tijdsbestek van enkele weken je ouders verliezen. Dat is heftig. ,,Weet je, ze hadden een Zwanenhuwelijk.” Wie bekend is met het fenomeen Zwanenhuwelijk, weet dat wanneer de ene zwaan overlijdt, de andere vrij snel volgt.

Liefde

Donderdag 5 juni. Aad Fasseur doet open. Is hij de man van 64 jaar, over wie Beatles-drummer Ringo Starr When I am sixty-four schreef? Kom nou, daar staat een kerel van minimaal tien jaar jonger.

Het wordt een levendig gesprek. Een lach en een traan wisselen elkaar af. Op bepaalde momenten stokt de bebrilde vader van twee zonen, Michel en Robert, en twee kleinkinderen. ,,Op 2e Kerstdag vorig jaar vierden wij nog met z’n allen zijn  verjaardag. Voorbij.”  Vorige week was Aad in Italië: ,,Daar zag ik oude mensen hand in hand lopen. Onwillekeurig denk ik dan aan mijn ouders, dan schiet ik vol.”

Hij kijkt even weg, ademt diep en pakt de draad weer op:  ,,Ik kan zeggen dat met het overlijden van mijn vader mijn grootste held is gestorven.” Niet dat senior hem meer verwende, meer voortrok  dan zijn broers Hennie of Paul. Nee, bepaald niet. Daan was  ‘recht in de leer’, streng zelfs. Maar pa en Aad deelden de liefde voor het voetbal en Roodenburg. ,,Hij was keeper, hè, een hele goeie. Je moest wat in je mars hebben om hem te passeren. Hij stond ook bij zijn zaalteam in de goal, daar wordt nog meer behendigheid van de doelman verwacht.” Wanneer vader Fasseur speelde, stond Aad langs de lijn. Trots.

Daan, staand uiterst links, te midden van de jeugd waar hij zoveel voor betekend heeft

Staat van dienst

Daan Fasseur is jarenlang jeugdvoorzitter geweest. In die hoedanigheid zat hij ook in het hoofdbestuur. Onder zijn leiding kende de jeugdafdeling van Roodenburg een bloeiperiode. Het was  in de tijd dat de Merenwijk werd volgebouwd. ,,Daan wist”,  zo vertelt manus-van-alles-van Roodenburg Jan Lovink, “een aantal ‘nieuwe Leidenaren’ te bewegen om toe te treden tot het jeugd- of hoofdbestuur.  Zier Barbier, Hing Low, Hennie van de Paverd en vele anderen namen vrijwilligerstaken op zich.”

Aad vertelt dat Roodenburg  toen met de A- en B-jeugd op regionaal niveau speelde: ,,De jeugd ging met de bus naar de uitwedstrijden, een afgevaardigde van het jeugdbestuur ging mee. Meestal mijn vader. De bestuursleden en ouders zaten voor in  de bus, de spelers en begeleiders achterin.”

Nee, Aad heeft zelf niet hoog gespeeld. Als linkshalf acteerde hij in een ‘recreatie-elftal’, met spelers die in de rust al verlangend uitzien naar de derde helft.

Des te meer zette hij zich in voor de jongste jeugd. Hij volgde cursussen van de KNVB, gaf trainingen en bereidde die heel serieus voor. Elke week volgens een ander schema. Hij liet ze ravotten, oefeningen doen en een onderling partijtje spelen tot besluit. Vaak met assistentie van zoon Michel. Ook zat Aad in commissies, de Toernooi- en de Uitcommissie.

In 1996 komt er een abrupt einde aan de periode Roodenburg, voor vader en zoon. Het heeft te maken met iets onherstelbaars in de privésfeer van Aad. Daan trekt één lijn met zijn zoon, hij is solidair. Meer wordt over dit incident op het persoonlijke vlak niets gezegd.

Na een periode van afstand nemen, weten de beide Fasseurs de weg naar de club weer te vinden, als supporters.

Bloemen voor de kampioenen, B2. Op de rug in spijkerpak Henk Buyn, dit seizoen nog trainer bij RCL

Thuisfront

In de tijd van Daan wordt er bij Roodenburg van alles voor de jeugd georganiseerd. In de winter spelavonden en met het Sinterklaasfeest komt Koos van der Steen opdraven met zijn filmprojector. Tijdens Pasen of Pinksteren gaan de A- en B-junioren via bemiddeling van Eurosportring naar het buitenland. ,,Mijn vader ging toen ook mee en vaak verbleven de jeugdbestuursleden bij collegabestuurders thuis”,  weet Aad nog wel. Bij de organisatie van de KooiCup is vader Daan ook zeer betrokken geweest. ‘Betrokken’ in een dubbele betekenis van het woord. Daan is een betrokken bestuurder die de jeugd het nodige op sportief terrein wil bieden. Daarom wil hij ook betrokken zijn bij alles wat er voor de jeugd wordt  georganiseerd.

,,Het maakte voor hem niet uit of je in A1 of A4 speelde”, weet Jan Lovink, ,,als je ergens om kwam, stond hij altijd klaar. Een auto te weinig om spelers naar een uitwedstrijd te vervoeren? ‘Stap maar in’, klonk het dan.”

Aad: ,,Er komt heel wat kijken wanneer je je taak in het jeugdbestuur goed wil doen. Als voorzitter, zoals mijn vader, ben je bovendien ook een ambassadeur van de club.” Het thuisfront moet wel achter de bestuurder staan. Alie doet dat voluit, ze is doordrongen van het belang wat haar man doet.

Daan als doelman van het Roodenburg zaalvoetbalteam

In een In Memoriam verklaart Roodenburg: ‘Met het overlijden van Daan is een clubman in hart en nieren heengegaan. Daan werd vanwege zijn verdiensten als vrijwilliger  en voor zijn inspanningen voor het Indië Monument in Leiden geridderd door Hare Majesteit de Koningin. Hij was drager van de Eremedaille verbonden aan de Orde van Oranje Nassau in Goud’.

En bij het overlijden van Alie: ,,Alie was de steunpilaar voor Daan. Het jeugdvoorzitterschap van de destijds grote jeugdafdeling heeft heel wat tijd opgeslokt. Daan was meerdere avonden in de week en in het weekend op de club en nam Alie mee. Zo heeft zij jarenlang op zaterdagmorgen als vrijwilligster in de kantine geholpen. Koffie schenken, snoep verkopen. Op zondagmiddag was er ook vaak een taak voor Alie. Dan fungeerde zij als gastvrouw in de bestuurskamer, waar scheidsrechters, bestuursleden en leiders van de tegenstanders werden ontvangen.”

Aad Fasseur met de in Leiden huis-aan-huis verspreide Jubileumkrant van 60 jaar Roodenburg

Herinneringen

Wanneer Aad mee gaat naar zaalvoetbalwedstrijden van pa, wordt gevraagd of hij de dochter des huizes is. Aad schrikt: wat krijgen we nou! Blijken het zijn krulletjes te zijn die voor verwarring zorgen. De andere dag wordt geknipt volgens de laatste mode.

Wanneer hij in het Leidsche Dagblad een verslag leest van Blauw Zwart, denkt hij niet aan de Wassenaarse club, maar aan Roodenburg, waar hij meer dan 30 jaar lid van is geweest.

Heeft hij nog spullen van Roodenburg in huis? Aad snelt weg en komt met twee slanke bierglazen terug, met het logo van de club. Drinkt hij daar zijn biertje uit? ,,Oh nee, dat gebeurt niet, ik moet er niet aan denken dat ze breken. Ze komen uit de kast van mijn vader.” Aad heeft nog meer relikwieën van Roodenburg:  shirts, broekjes en kousen.

De jeugd van Roodenburg onderbreekt de training om met Aad op de foto te gaan

De herinneringen komen: ,,Mijn vader heeft 25 jaar bij de wegbebakening van de gemeente Leiden gewerkt. Tijdens Leidens Ontzet gingen mijn broers en ik helpen met het plaatsen van hekken. We hadden elk jaar een vaste stek, bij de Witte Singel, Levendaal en Korevaarstraat.” 3 Oktober is heilig voor Aad. Op de zaak weten ze het al: op 2 en 3 oktober neem ik geen vrij, ik ben er gewoon niet.”

Trouwens, op 3 oktober is Dolly, Aads vrouw, jarig. Het is dus een dubbele feestdag. ,,Toen  wij 60 jaar werden, hebben wij een groot feest gegeven. Daar hebben Dolly en ik een duet gezongen. Wat denk je dat wij zongen?” Ik blijf het antwoord schuldig. ,,Weet je het echt niet? Hello Dolly natuurlijk, zoals Louis Armstrong het op de plaat heeft gezet.”

In de Voorhoutse woning van Dolly en Aad hangen twee waardevolle herinneringen aan pa Daan aan de muur, ingelijst:  Bestuur en Leden van LV Roodenburg in vergadering bijeen benoemen tot Lid van Verdienste – Daan Fasseur, en Oorkonde is toegekend aan Daan Fasseur de KNVB-speld in Zilver vanwege verdiensten ten faveure van de Koninklijke Nederlandsche Voetbalbond.